BWBR0004935
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 10
Uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Zwitserland
1. De hoogste belastingautoriteiten van de beide Verdragsluitende Staten zullen elkander wederzijds bijstand verlenen ten einde te voorkomen, dat ten onrechte verzoeken om teruggaaf worden gedaan.
2. In het bijzonder is de hoogste belastingautoriteit die achteraf constateert, dat zij een onjuiste verklaring heeft afgelegd inzake de woonplaats, inzake het genotsrecht van de verzoeker of inzake andere belangrijke feiten, gehouden de hoogste belastingautoriteit van de andere Staat zonder verwijl daarover in te lichten.
3. Op dezelfde wijze zijn de plaatselijke belastingautoriteiten, die de onjuistheid van een door hen afgegeven verklaring constateren, gehouden deze te herstellen door daarvan mededeling te doen aan de hoogste belastingautoriteit van hun Staat.
2. In het bijzonder is de hoogste belastingautoriteit die achteraf constateert, dat zij een onjuiste verklaring heeft afgelegd inzake de woonplaats, inzake het genotsrecht van de verzoeker of inzake andere belangrijke feiten, gehouden de hoogste belastingautoriteit van de andere Staat zonder verwijl daarover in te lichten.
3. Op dezelfde wijze zijn de plaatselijke belastingautoriteiten, die de onjuistheid van een door hen afgegeven verklaring constateren, gehouden deze te herstellen door daarvan mededeling te doen aan de hoogste belastingautoriteit van hun Staat.