BWBR0004935
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 4
Uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Zwitserland
1. De hoogste belastingautoriteit van de Staat waarin de verzoeker zijn woonplaats heeft, laat door de bevoegde plaatselijke belastingautoriteit onderzoeken of, voor het recht op teruggaaf, aan de gestelde voorwaarden aangaande de woonplaats is voldaan.
2. Indien de heffing van directe belastingen op het in het verzoek vermelde roerende kapitaal en de opbrengst daarvan nog niet heeft plaatsgevonden, houdt de plaatselijke belastingautoriteit, met het oog op de (eventuele) latere belastingheffing, aantekening van de vermelde waarden en haar opbrengsten.
3. Voor zoveel nodig stellen de plaatselijke belastingautoriteiten nadere onderzoeken in. De hoogste belastingautoriteit kan zulke onderzoeken opdragen of zelf instellen.
2. Indien de heffing van directe belastingen op het in het verzoek vermelde roerende kapitaal en de opbrengst daarvan nog niet heeft plaatsgevonden, houdt de plaatselijke belastingautoriteit, met het oog op de (eventuele) latere belastingheffing, aantekening van de vermelde waarden en haar opbrengsten.
3. Voor zoveel nodig stellen de plaatselijke belastingautoriteiten nadere onderzoeken in. De hoogste belastingautoriteit kan zulke onderzoeken opdragen of zelf instellen.