Artikel 1
1. Als bij wege van inhouding aan de bron geheven belastingen op inkomsten uit roerend kapitaal in de zin van artikel 9, tweede lid, van het verdrag worden beschouwd:
a. voor Zwitserland: de voorheffing (impôt anticipé);
b. voor Nederland: de dividendbelasting.
2. Aan de genieter van de opbrengst die zijn woonplaats in Nederland heeft, komt recht op teruggaaf van de Zwitserse voorheffing toe tot:
a. het gehele bedrag van de belasting op dividenden indien de genieter een lichaam is, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat ten minste 25 percent bezit van het maatschappelijk kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, mits de verhouding tussen de beide lichamen niet in het leven is geroepen of wordt gehandhaafd in de eerste plaats met het doel het voordeel van de gehele terugbetaling te genieten (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (i), van het verdrag);
b. het bedrag van de belasting op dividenden, voor zover deze 15 percent van de dividenden overschrijdt, in alle andere gevallen (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (ii), van het verdrag);
c. het bedrag van de belasting op andere opbrengsten van roerend kapitaal, voor zover deze 5 percent van die opbrengsten overschrijdt (artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van het verdrag).
3. Aan de genieter van de opbrengst die zijn woonplaats in Zwitserland heeft, komt recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting toe tot:
a. het gehele bedrag van de belasting op dividenden indien de genieter een lichaam is, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat ten minste 25 percent bezit van het maatschappelijk kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, mits de verhouding tussen de beide lichamen niet in het leven is geroepen of wordt gehandhaafd in de eerste plaats met het doel het voordeel van de gehele terugbetaling te genieten (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (i), van het verdrag);
b. het bedrag van de belasting op dividenden, voor zover deze 15 percent van de dividenden overschrijdt, in alle andere gevallen (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (ii), van het verdrag);
c. het bedrag van de belasting op andere opbrengsten van roerend kapitaal, voor zover deze 5 percent van die opbrengsten overschrijdt (artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van het verdrag).
4. Niettegenstaande het bepaalde in het derde lid, onderdeel b, wordt de Nederlandse dividendbelasting niet teruggegeven indien de genieter van de opbrengst met woonplaats in Zwitserland een natuurlijk persoon is,
a. die de Nederlandse nationaliteit bezit zonder de Zwitserse nationaliteit te bezitten; en
b. die, in de loop van de vijf jaren voorafgaande aan de uitkering van de dividenden, zijn woonplaats in Nederland heeft gehad; en
c. die, in de loop van hetzelfde tijdvak, in het lichaam dat de dividenden betaalt een aanmerkelijk belang in de zin van de Nederlandse wetgeving inzake de inkomstenbelasting heeft gehad, maar ten minste zowel, alleen of met zijn echtgenoot, zijn ouders of zijn verwanten in de rechte linie of in de tweede graad van de zijlinie, een derde of meer van het maatschappelijk kapitaal van het desbetreffende lichaam heeft bezeten, alsook, alleen of met zijn echtgenoot, meer dan 7 percent van dat kapitaal (slotprotocol ad artikelen 2 en 9 van het verdrag).
5. Teruggaaf van aan de bron geheven belastingen op prijzen uit kansspelen wordt niet verleend.
a. voor Zwitserland: de voorheffing (impôt anticipé);
b. voor Nederland: de dividendbelasting.
2. Aan de genieter van de opbrengst die zijn woonplaats in Nederland heeft, komt recht op teruggaaf van de Zwitserse voorheffing toe tot:
a. het gehele bedrag van de belasting op dividenden indien de genieter een lichaam is, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat ten minste 25 percent bezit van het maatschappelijk kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, mits de verhouding tussen de beide lichamen niet in het leven is geroepen of wordt gehandhaafd in de eerste plaats met het doel het voordeel van de gehele terugbetaling te genieten (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (i), van het verdrag);
b. het bedrag van de belasting op dividenden, voor zover deze 15 percent van de dividenden overschrijdt, in alle andere gevallen (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (ii), van het verdrag);
c. het bedrag van de belasting op andere opbrengsten van roerend kapitaal, voor zover deze 5 percent van die opbrengsten overschrijdt (artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van het verdrag).
3. Aan de genieter van de opbrengst die zijn woonplaats in Zwitserland heeft, komt recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting toe tot:
a. het gehele bedrag van de belasting op dividenden indien de genieter een lichaam is, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat ten minste 25 percent bezit van het maatschappelijk kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, mits de verhouding tussen de beide lichamen niet in het leven is geroepen of wordt gehandhaafd in de eerste plaats met het doel het voordeel van de gehele terugbetaling te genieten (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (i), van het verdrag);
b. het bedrag van de belasting op dividenden, voor zover deze 15 percent van de dividenden overschrijdt, in alle andere gevallen (artikel 9, tweede lid, onderdeel a (ii), van het verdrag);
c. het bedrag van de belasting op andere opbrengsten van roerend kapitaal, voor zover deze 5 percent van die opbrengsten overschrijdt (artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van het verdrag).
4. Niettegenstaande het bepaalde in het derde lid, onderdeel b, wordt de Nederlandse dividendbelasting niet teruggegeven indien de genieter van de opbrengst met woonplaats in Zwitserland een natuurlijk persoon is,
a. die de Nederlandse nationaliteit bezit zonder de Zwitserse nationaliteit te bezitten; en
b. die, in de loop van de vijf jaren voorafgaande aan de uitkering van de dividenden, zijn woonplaats in Nederland heeft gehad; en
c. die, in de loop van hetzelfde tijdvak, in het lichaam dat de dividenden betaalt een aanmerkelijk belang in de zin van de Nederlandse wetgeving inzake de inkomstenbelasting heeft gehad, maar ten minste zowel, alleen of met zijn echtgenoot, zijn ouders of zijn verwanten in de rechte linie of in de tweede graad van de zijlinie, een derde of meer van het maatschappelijk kapitaal van het desbetreffende lichaam heeft bezeten, alsook, alleen of met zijn echtgenoot, meer dan 7 percent van dat kapitaal (slotprotocol ad artikelen 2 en 9 van het verdrag).
5. Teruggaaf van aan de bron geheven belastingen op prijzen uit kansspelen wordt niet verleend.