BWBR0004929
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 8
Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1991/1992
1. Vervallen.
2. De aanvragen om toekenning van een investeringspremie worden beoordeeld door een ambtelijke commissie, die de minister van Verkeer en Waterstaat ter zake adviseert. De commissie kan van de investeerder de door haar noodzakelijk geachte gegevens voor de beoordeling van de aanvraag verlangen.
3. Indien het investeringsbedrag niet is uitgedrukt in Nederlandse guldens kan de minister van Verkeer en Waterstaat bij de toekenning van de investeringspremie een maximum omrekeningskoers vaststellen.
4. Bij de toekenning van de premie door de minister van Verkeer en Waterstaat wordt het investeringsbedrag, waarover premie wordt verleend, in afwachting van de definitieve vaststelling, voorlopig vastgesteld mede aan de hand van de door de aanvrager ingediende gegevens. Het voorlopig vastgestelde investeringsbedrag is bepalend voor de maximale investeringspremie, die kan worden toegekend, met in achtneming van de in artikel 3, vierde lid, vermelde limiet. De definitieve vaststelling van het investeringsbedrag door de minister van Verkeer en Waterstaat vindt plaats mede aan de hand van een uitgebreide specificatie van het met het gepremieerde project gemoeide fiscaal geactiveerde investeringsbedrag. Deze specificatie dient gewaarmerkt te zijn door een externe accountant en dient binnen twee jaar na de (her)ingebruikneming van het zeeschip te worden toegezonden aan de Directeur-Generaal Goederenvervoer.
Indien het voor premiëring definitieve vastgestelde investeringsbedrag hoger is dan het voorlopig vastgestelde investeringsbedrag kan over het meerdere geen aanspraak worden gemaakt op aanvullende premie.
5. De Directeur-Generaal Goederenvervoer en door hem aan te wijzen instanties dienen op hun verzoek, ten tijde en ter plaatse van hun keuze, door de investeerder in de gelegenheid te worden gesteld inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen welke voor een juiste uitvoering van deze regeling noodzakelijk worden geacht.
2. De aanvragen om toekenning van een investeringspremie worden beoordeeld door een ambtelijke commissie, die de minister van Verkeer en Waterstaat ter zake adviseert. De commissie kan van de investeerder de door haar noodzakelijk geachte gegevens voor de beoordeling van de aanvraag verlangen.
3. Indien het investeringsbedrag niet is uitgedrukt in Nederlandse guldens kan de minister van Verkeer en Waterstaat bij de toekenning van de investeringspremie een maximum omrekeningskoers vaststellen.
4. Bij de toekenning van de premie door de minister van Verkeer en Waterstaat wordt het investeringsbedrag, waarover premie wordt verleend, in afwachting van de definitieve vaststelling, voorlopig vastgesteld mede aan de hand van de door de aanvrager ingediende gegevens. Het voorlopig vastgestelde investeringsbedrag is bepalend voor de maximale investeringspremie, die kan worden toegekend, met in achtneming van de in artikel 3, vierde lid, vermelde limiet. De definitieve vaststelling van het investeringsbedrag door de minister van Verkeer en Waterstaat vindt plaats mede aan de hand van een uitgebreide specificatie van het met het gepremieerde project gemoeide fiscaal geactiveerde investeringsbedrag. Deze specificatie dient gewaarmerkt te zijn door een externe accountant en dient binnen twee jaar na de (her)ingebruikneming van het zeeschip te worden toegezonden aan de Directeur-Generaal Goederenvervoer.
Indien het voor premiëring definitieve vastgestelde investeringsbedrag hoger is dan het voorlopig vastgestelde investeringsbedrag kan over het meerdere geen aanspraak worden gemaakt op aanvullende premie.
5. De Directeur-Generaal Goederenvervoer en door hem aan te wijzen instanties dienen op hun verzoek, ten tijde en ter plaatse van hun keuze, door de investeerder in de gelegenheid te worden gesteld inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen welke voor een juiste uitvoering van deze regeling noodzakelijk worden geacht.