BWBR0004929
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 4
Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1991/1992
Met inachtneming van het bepaalde in de overige artikelen kan een investeringspremie worden verstrekt, indien aan de volgende vereisten is voldaan:
a. de investering dient te passen in de gewenste structuurverbetering van de Nederlandse zeescheepvaartsector;
b. bij aanschaf van een zeeschip dient het investeringsbedrag ten minste f 4 000 000 te zijn;
c. 1. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van 4000 brt/gt of meer dient het investeringsbedrag ten minste f 3 000 000 te zijn;
2. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 4000 brt/gt dient het investeringsbedrag ten minste f 750 000 te zijn;
1. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van 4000 brt/gt of meer dient het investeringsbedrag ten minste f 3 000 000 te zijn;
2. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 4000 brt/gt dient het investeringsbedrag ten minste f 750 000 te zijn;
d. de investeerder dient sedert 1 januari 1985 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen;
e. de investering mag niet bijdragen tot kennelijke overcapaciteit op de betreffende markt; en
f. de onderneming van de investeerder dient financieel-economisch gezond te zijn en blijvende mogelijkheden tot rendement te bieden; de investering dient eveneens mogelijkheden tot rendement te bieden.
In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, kan van het gestelde onder d worden afgeweken. Het voldoen aan de vereisten a, e en f staat ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat.
a. de investering dient te passen in de gewenste structuurverbetering van de Nederlandse zeescheepvaartsector;
b. bij aanschaf van een zeeschip dient het investeringsbedrag ten minste f 4 000 000 te zijn;
c. 1. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van 4000 brt/gt of meer dient het investeringsbedrag ten minste f 3 000 000 te zijn;
2. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 4000 brt/gt dient het investeringsbedrag ten minste f 750 000 te zijn;
1. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van 4000 brt/gt of meer dient het investeringsbedrag ten minste f 3 000 000 te zijn;
2. bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 4000 brt/gt dient het investeringsbedrag ten minste f 750 000 te zijn;
d. de investeerder dient sedert 1 januari 1985 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen;
e. de investering mag niet bijdragen tot kennelijke overcapaciteit op de betreffende markt; en
f. de onderneming van de investeerder dient financieel-economisch gezond te zijn en blijvende mogelijkheden tot rendement te bieden; de investering dient eveneens mogelijkheden tot rendement te bieden.
In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, kan van het gestelde onder d worden afgeweken. Het voldoen aan de vereisten a, e en f staat ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat.