BWBR0004929
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 3
Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1991/1992
1. Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling kan op aanvraag voor investeringen in zeeschepen gedaan in de periode van 1 april 1990 tot en met 31 december 1992, aan degene die investeert een investeringspremie worden verstrekt, al dan niet onder het stellen van nadere voorwaarden.
2. Voor investeringen gedaan in de periode van 1 april 1990 tot 1 januari 1992 dienen de aanvragen na 1 januari 1991 doch uiterlijk voor 15 maart 1991 te zijn ingediend.
Voor investeringen gedaan in de periode van 1 januari 1991 tot 1 januari 1993 dienen de aanvragen na 1 september 1991 doch uiterlijk voor 1 januari 1993 te zijn ingediend.
3. Voor investeringen, waarvan de initiële investeringsverplichting kleiner is dan 10 miljoen ecu of is aangegaan na 1 januari 1991 doch voor 15 december 1991, bestaat de investeringspremie uit vijf jaarlijkse termijnen van 2.0% van het geïnvesteerde bedrag.
Voor investeringen, waarvan de initiële investeringsverplichting groter is dan 10 miljoen ecu en is aangegaan na 14 december 1991 doch voor 1 januari 1993, bestaat de investeringspremie uit twee jaarlijkse termijnen van respectievelijk 8,0% en 2,0% van het geïnvesteerde bedrag.
De eerste termijn wordt zoveel mogelijk twee maanden na de definitieve toekenning van de investeringspremie uitbetaald.
4. Het per zeeschip toe te kennen premiebedrag is niet hoger dan f 7.500.000,- en is niet hoger dan de maximaal toelaatbare steun in het kader van de Zevende Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 betreffende steunverlening aan de scheepsbouw.
2. Voor investeringen gedaan in de periode van 1 april 1990 tot 1 januari 1992 dienen de aanvragen na 1 januari 1991 doch uiterlijk voor 15 maart 1991 te zijn ingediend.
Voor investeringen gedaan in de periode van 1 januari 1991 tot 1 januari 1993 dienen de aanvragen na 1 september 1991 doch uiterlijk voor 1 januari 1993 te zijn ingediend.
3. Voor investeringen, waarvan de initiële investeringsverplichting kleiner is dan 10 miljoen ecu of is aangegaan na 1 januari 1991 doch voor 15 december 1991, bestaat de investeringspremie uit vijf jaarlijkse termijnen van 2.0% van het geïnvesteerde bedrag.
Voor investeringen, waarvan de initiële investeringsverplichting groter is dan 10 miljoen ecu en is aangegaan na 14 december 1991 doch voor 1 januari 1993, bestaat de investeringspremie uit twee jaarlijkse termijnen van respectievelijk 8,0% en 2,0% van het geïnvesteerde bedrag.
De eerste termijn wordt zoveel mogelijk twee maanden na de definitieve toekenning van de investeringspremie uitbetaald.
4. Het per zeeschip toe te kennen premiebedrag is niet hoger dan f 7.500.000,- en is niet hoger dan de maximaal toelaatbare steun in het kader van de Zevende Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 betreffende steunverlening aan de scheepsbouw.