BWBR0004929
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 6
Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1991/1992
Het zeeschip ter zake waarvan investeringspremie wordt verstrekt dient:
a. gedurende een periode van ten minste zes jaren na ingebruikneming van het zeeschip dan wel na de heringebruikneming in geval van een investering niet zijnde een aanschaf van een zeeschip in Nederland geregistreerd te staan en de Nederlandse vlag te voeren;
b. te worden beheerd door een natuurlijk persoon die zijn woonplaats in Nederland heeft, dan wel een naar Nederlands recht opgerichte rechtspersoon die in Nederland is gevestigd; tevens dient de beheerder sedert 1 januari 1985 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen. Het beheer dient gedurende de onder a genoemde periode in administratief-organisatorisch, financieel-economisch, sociaal en technisch opzicht daadwerkelijk in Nederland plaats te vinden; en
c. met inachtneming van het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Gemeenschappen zoveel mogelijk met Nederlanders dan wel met Nederlandse ingezetenen te worden bemand, voor zover het gaat om de functies waarvoor bij of krachtens de Wet op de zeevaartdiploma's (Stb. 1935, 456) en het Schepelingenbesluit (Stb. 1937, 242) een diploma vereist is, dan wel de functie waarvoor het getuigschrift als scheepstechnicus vereist is, waarbij in bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, van de onder b genoemde datum kan worden afgeweken.
a. gedurende een periode van ten minste zes jaren na ingebruikneming van het zeeschip dan wel na de heringebruikneming in geval van een investering niet zijnde een aanschaf van een zeeschip in Nederland geregistreerd te staan en de Nederlandse vlag te voeren;
b. te worden beheerd door een natuurlijk persoon die zijn woonplaats in Nederland heeft, dan wel een naar Nederlands recht opgerichte rechtspersoon die in Nederland is gevestigd; tevens dient de beheerder sedert 1 januari 1985 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen. Het beheer dient gedurende de onder a genoemde periode in administratief-organisatorisch, financieel-economisch, sociaal en technisch opzicht daadwerkelijk in Nederland plaats te vinden; en
c. met inachtneming van het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Gemeenschappen zoveel mogelijk met Nederlanders dan wel met Nederlandse ingezetenen te worden bemand, voor zover het gaat om de functies waarvoor bij of krachtens de Wet op de zeevaartdiploma's (Stb. 1935, 456) en het Schepelingenbesluit (Stb. 1937, 242) een diploma vereist is, dan wel de functie waarvoor het getuigschrift als scheepstechnicus vereist is, waarbij in bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, van de onder b genoemde datum kan worden afgeweken.