BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 29
Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van deze wet heeft, kunnen, met uitzondering van de taken en bevoegdheden bedoeld in de artikelen 7, onder c,14, 17c, eerste lid, 28, voor zover het daarbij de door Onze Minister te stellen regels betreft, 30, 32, 33b, derde lid, 33c, derde lid, en 33m, tweede liden 33a, bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die deze als eigen taken uitvoeren en als eigen bevoegdheden uitoefenen. De verplichtingen jegens Onze Minister op grond van deze wet gelden alsdan als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.
2. Een overdracht als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende eisen voldoet:
a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de betrokken rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden zoveel mogelijk is gewaarborgd.
3. Aan de overdracht als bedoeld in het eerste lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
4. Indien bij algemene maatregel van bestuur taken en bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn overgedragen aan De Nederlandsche Bank N.V., is de Bank bevoegd deze taken uit te voeren en deze bevoegdheden uit te oefenen.
5. Voor de totstandkoming, wijziging of intrekking van algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 5, eerste lid, artikel 6, vijfde lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, een aanwijzing als bedoeld in artikel 7, onder c, een vrijstelling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, de door Onze Minister te stellen regels als bedoeld in artikel 28en een maatregel als bedoeld in artikel 30, kan het advies van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon of rechtspersonen worden ingewonnen. De rechtspersoon aan wie advies wordt gevraagd is verplicht dit advies uit te brengen.
6. Een in het eerste lid bedoelde rechtspersoon brengt eenmaal per jaar, uiterlijk op 1 mei, aan Onze Minister verslag uit over de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden op grond van deze wet. Dit verslag wordt door de zorg van Onze Minister gepubliceerd, behoudens het gedeelte handelende over de uitvoering van artikel 5, derde lid, artikel 6, zevende lid, artikel 12, derde lid, artikel 21en artikel 22, met dien verstande dat, zonder schriftelijke toestemming van de bij het te publiceren gedeelte van het verslag betrokkenen, gegevens met betrekking tot afzonderlijke beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders niet gepubliceerd worden.
2. Een overdracht als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende eisen voldoet:
a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de betrokken rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden zoveel mogelijk is gewaarborgd.
3. Aan de overdracht als bedoeld in het eerste lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
4. Indien bij algemene maatregel van bestuur taken en bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn overgedragen aan De Nederlandsche Bank N.V., is de Bank bevoegd deze taken uit te voeren en deze bevoegdheden uit te oefenen.
5. Voor de totstandkoming, wijziging of intrekking van algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 5, eerste lid, artikel 6, vijfde lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, een aanwijzing als bedoeld in artikel 7, onder c, een vrijstelling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, de door Onze Minister te stellen regels als bedoeld in artikel 28en een maatregel als bedoeld in artikel 30, kan het advies van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon of rechtspersonen worden ingewonnen. De rechtspersoon aan wie advies wordt gevraagd is verplicht dit advies uit te brengen.
6. Een in het eerste lid bedoelde rechtspersoon brengt eenmaal per jaar, uiterlijk op 1 mei, aan Onze Minister verslag uit over de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden op grond van deze wet. Dit verslag wordt door de zorg van Onze Minister gepubliceerd, behoudens het gedeelte handelende over de uitvoering van artikel 5, derde lid, artikel 6, zevende lid, artikel 12, derde lid, artikel 21en artikel 22, met dien verstande dat, zonder schriftelijke toestemming van de bij het te publiceren gedeelte van het verslag betrokkenen, gegevens met betrekking tot afzonderlijke beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders niet gepubliceerd worden.