BWBR0004793
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 20
Besluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen
1. De gezinsvoogdij-instelling kan aan een natuurlijk persoon, die zich als vrijwilliger aanbiedt om als gezinsvoogd op te treden, verzoeken andere werkzaamheden te verrichten die binnen de doelstelling van de rechtspersoon vallen.
2. Zodanig verzoek kan betrekking hebben op het verlenen van hulp en steun, rechtsbijstand uitgezonderd, aan jeugdigen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit.
3. De gezinsvoogdij-instelling kan, indien hierin niet anders kan worden voorzien, met instemming van de rechter dan wel de officier van justitie, met natuurlijke personen op grond van hun bijzondere deskundigheid afspraken maken over het verzorgen van de voorlichting van deze autoriteiten over bepaalde jeugdigen. De wijze waarop aan het verzorgen van deze voorlichting wordt voldaan, wordt schriftelijk vastgelegd.
2. Zodanig verzoek kan betrekking hebben op het verlenen van hulp en steun, rechtsbijstand uitgezonderd, aan jeugdigen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit.
3. De gezinsvoogdij-instelling kan, indien hierin niet anders kan worden voorzien, met instemming van de rechter dan wel de officier van justitie, met natuurlijke personen op grond van hun bijzondere deskundigheid afspraken maken over het verzorgen van de voorlichting van deze autoriteiten over bepaalde jeugdigen. De wijze waarop aan het verzorgen van deze voorlichting wordt voldaan, wordt schriftelijk vastgelegd.