BWBR0004406
Geldig vanaf 1988-10-01
Artikel 8
Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1987
1. De aanvraag om een eenmalige uitkering dient uiterlijk 31 maart 1989 te worden ingediend door de zelfstandige of, indien deze na 31 december 1987 is overleden, door zijn echtgenoot als ware deze de zelfstandige.
2. De aanvraag moet worden ingediend met gebruikmaking van een juist en volledig ingevuld aanvraagformulier dat is vastgesteld door het CIMK of de STULM en waarvan de inhoud is goedgekeurd door de staatssecretaris van Economische Zaken. De aanvraag dient vergezeld te gaan van alle stukken die blijkens het aanvraagformulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
3. De aanvraag moet worden ingediend bij:
a. een van de op of bij het aanvraagformulier vermelde kantoren van de STULM, wat betreft zelfstandigen wier beroep of bedrijf tot de agrarische sector dan wel de visserij behoort;
b. het op het aanvraagformulier vermelde kantoor van het CIMK, wat betreft de overige zelfstandigen.
4. Een aanvraag die is ingediend in strijd met het eerste lid wordt afgewezen.
5. Indien een aanvraag niet voldoet aan het tweede lid en de zelfstandige in gebreke blijft het verzuim binnen een door het CIMK respectievelijk de STULM te stellen termijn van ten minste twee weken te herstellen, wordt de aanvraag afgewezen.
6. Indien de zelfstandige meer dan één aanvraagformulier indient, wordt slechts één daarvan in behandeling genomen.
2. De aanvraag moet worden ingediend met gebruikmaking van een juist en volledig ingevuld aanvraagformulier dat is vastgesteld door het CIMK of de STULM en waarvan de inhoud is goedgekeurd door de staatssecretaris van Economische Zaken. De aanvraag dient vergezeld te gaan van alle stukken die blijkens het aanvraagformulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
3. De aanvraag moet worden ingediend bij:
a. een van de op of bij het aanvraagformulier vermelde kantoren van de STULM, wat betreft zelfstandigen wier beroep of bedrijf tot de agrarische sector dan wel de visserij behoort;
b. het op het aanvraagformulier vermelde kantoor van het CIMK, wat betreft de overige zelfstandigen.
4. Een aanvraag die is ingediend in strijd met het eerste lid wordt afgewezen.
5. Indien een aanvraag niet voldoet aan het tweede lid en de zelfstandige in gebreke blijft het verzuim binnen een door het CIMK respectievelijk de STULM te stellen termijn van ten minste twee weken te herstellen, wordt de aanvraag afgewezen.
6. Indien de zelfstandige meer dan één aanvraagformulier indient, wordt slechts één daarvan in behandeling genomen.