BWBR0004406
Geldig vanaf 1988-10-01
Artikel 6
Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1987
1. Aan de zelfstandige, die een eenmalige uitkering heeft of nog zal ontvangen krachtens de Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1986 (Stcrt. 1987, 188) of krachtens de wet van 3 juli 1986 (Stb. 376) wordt op een overeenkomstig artikel 8ingediende aanvraag en met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een eenmalige uitkering verleend.
2. Met de zelfstandige, als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld de zelfstandige die
a. de eenmalige uitkering krachtens de Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1985 (Stcrt. 1986, 165) dan wel krachtens de wet van 3 juli 1985 (Stb. 417) heeft of nog zal ontvangen, en
b. indien hij een aanvraag op grond van de Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1986 of op grond van de wet van 3 juli 1986 tijdig zou hebben ingediend bij de juiste instantie met tijdige verstrekking van de juiste opgaven en inlichtingen en verlening van de verlangde inzage, recht zou hebben gehad op een eenmalige uitkering.
3. Geen eenmalige uitkering wordt verleend aan de zelfstandige, indien reeds een eenmalige uitkering werd ontvangen krachtens de wet van 26 november 1987 (Stb. 537) door de zelfstandige, of, indien deze gehuwd is, door zijn echtgenoot.
4. Het recht op een eenmalige uitkering gaat, indien de zelfstandige als bedoeld in artikel 3, onder c, vóór de uitbetaling van de eenmalige uitkering is overleden, over naar zijn echtgenoot.
5. Het recht op een eenmalige uitkering vervalt, indien de zelfstandige en, indien deze gehuwd was, zijn echtgenoot voor de dag van uitbetaling van de eenmalige uitkering is of zijn overleden.
2. Met de zelfstandige, als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld de zelfstandige die
a. de eenmalige uitkering krachtens de Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1985 (Stcrt. 1986, 165) dan wel krachtens de wet van 3 juli 1985 (Stb. 417) heeft of nog zal ontvangen, en
b. indien hij een aanvraag op grond van de Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1986 of op grond van de wet van 3 juli 1986 tijdig zou hebben ingediend bij de juiste instantie met tijdige verstrekking van de juiste opgaven en inlichtingen en verlening van de verlangde inzage, recht zou hebben gehad op een eenmalige uitkering.
3. Geen eenmalige uitkering wordt verleend aan de zelfstandige, indien reeds een eenmalige uitkering werd ontvangen krachtens de wet van 26 november 1987 (Stb. 537) door de zelfstandige, of, indien deze gehuwd is, door zijn echtgenoot.
4. Het recht op een eenmalige uitkering gaat, indien de zelfstandige als bedoeld in artikel 3, onder c, vóór de uitbetaling van de eenmalige uitkering is overleden, over naar zijn echtgenoot.
5. Het recht op een eenmalige uitkering vervalt, indien de zelfstandige en, indien deze gehuwd was, zijn echtgenoot voor de dag van uitbetaling van de eenmalige uitkering is of zijn overleden.