BWBR0004406
Geldig vanaf 1988-10-01
Artikel 11
Regeling eenmalige uitkering zelfstandigen 1987
1. Indien het inkomen van de zelfstandige als bedoeld in artikel 4, berekend op grond van de gegevens waarvan is uitgegaan bij de vaststelling van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 1987, het minimumniveau met meer dan f 1 500 overschrijdt, dient de zelfstandige de door hem ontvangen eenmalige uitkering binnen een maand na het onherroepelijk worden van de aanslag terug te betalen aan de instantie die hem de eenmalige uitkering heeft uitbetaald.
2. Uitkeringen of verhogingen daarvan, als bedoeld in artikel 7, eerste tot en met het vijfde en het zevende lid, worden niet uitbetaald of kunnen worden teruggevorderd, indien de zelfstandige zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, dat op de aanvraag als bedoeld in artikel 8een andere beslissing zou zijn genomen, indien de juiste gegevens volledig bekend waren gemaakt.
2. Uitkeringen of verhogingen daarvan, als bedoeld in artikel 7, eerste tot en met het vijfde en het zevende lid, worden niet uitbetaald of kunnen worden teruggevorderd, indien de zelfstandige zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, dat op de aanvraag als bedoeld in artikel 8een andere beslissing zou zijn genomen, indien de juiste gegevens volledig bekend waren gemaakt.