BWBR0004368
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 10
Schadecompensatieregeling inzake het verleggen van kabels en leidingen in Rijkswaterstaatswerken
Onverminderd het bepaalde in artikel 3en 4 beslist de minister in ieder geval geheel of gedeeltelijk afwijzend op een verzoek om een financiële compensatie, indien en voor zover naar zijn oordeel:
a. het financieel nadeel is veroorzaakt door andere omstandigheden dan de intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning.
b. het financieel nadeel behoort tot het normaal maatschappelijk risico van belanghebbende.
c. Het financieel nadeel behoort tot het door de belanghebbende aanvaarde risico.
d. De belanghebbende geldelijke aanspraken heeft ontleend, heeft kunnen ontlenen, of nog kan ontlenen aan andere regelingen van welke aard dan ook die mede voorzien in de door deze regeling beoogde financiële compensatie.
e. De belanghebbende verwijtbaar lijdelijk de gevolgen van de intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning heeft afgewacht, terwijl door het treffen van bepaalde maatregelen de financieel nadelige gevolgen ervan hadden kunnen worden beperkt of voorkomen.
f. De tijdsduur tussen het tijdstip van het verlenen van de vergunning uit hoofde van het Rijksrivierdijkenreglement, het Rijkszeeweringenreglement dan wel het Algemeen reglement van politie voor rivieren en Rijkskanalen tot het in, op onder of over de dijken en wat daartoe behoort uitvoeren of behouden van werken en het tijdstip van het onherroepelijk worden van het besluit tot intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning meer bedraagt dan 20 (twintig) jaar.
g. De tijdsduur tussen het tijdstip van het verlenen van de vergunning uit hoofde van het Rijkswegenreglement tot het leggen en laten liggen van goten, riolen, duikers, buizen, leidingen en kabels en het tijdstip van het onherroepelijk worden van het besluit tot intrekking, opzegging, dan wel wijziging van de vergunning meer bedraagt dan 10 (tien) jaar.
h. De belanghebbende het verzoek om een financiële compensatie niet binnen de in artikel 2 genoemde termijn heeft ingediend bij het hoofd van de directie.
a. het financieel nadeel is veroorzaakt door andere omstandigheden dan de intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning.
b. het financieel nadeel behoort tot het normaal maatschappelijk risico van belanghebbende.
c. Het financieel nadeel behoort tot het door de belanghebbende aanvaarde risico.
d. De belanghebbende geldelijke aanspraken heeft ontleend, heeft kunnen ontlenen, of nog kan ontlenen aan andere regelingen van welke aard dan ook die mede voorzien in de door deze regeling beoogde financiële compensatie.
e. De belanghebbende verwijtbaar lijdelijk de gevolgen van de intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning heeft afgewacht, terwijl door het treffen van bepaalde maatregelen de financieel nadelige gevolgen ervan hadden kunnen worden beperkt of voorkomen.
f. De tijdsduur tussen het tijdstip van het verlenen van de vergunning uit hoofde van het Rijksrivierdijkenreglement, het Rijkszeeweringenreglement dan wel het Algemeen reglement van politie voor rivieren en Rijkskanalen tot het in, op onder of over de dijken en wat daartoe behoort uitvoeren of behouden van werken en het tijdstip van het onherroepelijk worden van het besluit tot intrekking, opzegging dan wel wijziging van de vergunning meer bedraagt dan 20 (twintig) jaar.
g. De tijdsduur tussen het tijdstip van het verlenen van de vergunning uit hoofde van het Rijkswegenreglement tot het leggen en laten liggen van goten, riolen, duikers, buizen, leidingen en kabels en het tijdstip van het onherroepelijk worden van het besluit tot intrekking, opzegging, dan wel wijziging van de vergunning meer bedraagt dan 10 (tien) jaar.
h. De belanghebbende het verzoek om een financiële compensatie niet binnen de in artikel 2 genoemde termijn heeft ingediend bij het hoofd van de directie.