BWBR0004364
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 38
Scheepvaartverkeerswet
1. Toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 13kan ten aanzien van de Nederlandse territoriale zee of daarop aansluitende scheepvaartwegen mede geschieden in het belang van de uitwendige veiligheid.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hetgeen bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 13is bepaald en hetgeen door besturen van andere openbare lichamen dan het Rijk is bepaald bij of krachtens verordeningen die betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer op scheepvaartwegen, geen toepassing vindt ten aanzien van schepen of andere vaartuigen, welke in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hetgeen bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 13is bepaald en hetgeen door besturen van andere openbare lichamen dan het Rijk is bepaald bij of krachtens verordeningen die betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer op scheepvaartwegen, geen toepassing vindt ten aanzien van schepen of andere vaartuigen, welke worden gebruikt ten behoeve van de in die maatregel aangewezen overheidsdiensten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hetgeen bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 13is bepaald en hetgeen door besturen van andere openbare lichamen dan het Rijk is bepaald bij of krachtens verordeningen die betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer op scheepvaartwegen, geen toepassing vindt ten aanzien van schepen of andere vaartuigen, welke in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hetgeen bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 13is bepaald en hetgeen door besturen van andere openbare lichamen dan het Rijk is bepaald bij of krachtens verordeningen die betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer op scheepvaartwegen, geen toepassing vindt ten aanzien van schepen of andere vaartuigen, welke worden gebruikt ten behoeve van de in die maatregel aangewezen overheidsdiensten.