BWBR0004364
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 35c
Scheepvaartverkeerswet
De opsporingsambtenaar die bij de uitoefening van de hem bij of krachtens wet verleende bevoegdheden de beschikking krijgt over een vaarwijs waarvan ingevolge dit hoofdstuk de overgifte is gevorderd, waarvan een verplichting tot inlevering bestaat of dat ingevolge de <a href="/wet/BWBR0023009" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Binnenvaartwet</a>zijn geldigheid heeft verloren, is bevoegd dat vaarbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie, naar degene bij wie de houder dat vaarbewijs had dienen in te leveren onderscheidenlijk naar de instantie die het heeft afgegeven.