BWBR0004362
Geldig vanaf 1988-07-15
Artikel 6
Subsidieregeling vrijwillige pleegzorg
1. Het subsidie bestaat uit een pleegvergoeding voor de kosten van opvoeding en verzorging van de jeugdige, die wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage 1, eventueel vermeerderd met een toeslag als bedoeld in het derde lid en een vergoeding als bedoeld in het vierde lid.
2. De pleegvergoeding wordt verstrekt voor elke maand of dag waarover de pleegsituatie zich uitstrekt. De dag van aankomst wordt daarbij wel en de dag van vertrek wordt daarbij niet meegerekend.
3. De minister kan aan een pleegouder voor een daarbij aan te geven periode een toeslag van ten hoogste f5 per dag verlenen in de door de pleegouder ten behoeve van de jeugdige, noodzakelijk gemaakte kosten, waarvan wordt aangetoond dat zij niet uit de pleegvergoeding kunnen worden voldaan en waarvoor geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt, indien:
a. de indicatie tot plaatsing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de erkenningsregeling een termijn bevat van ten hoogste zes weken of die termijn daarna met ten hoogste 6 weken is verlengd en het een pleegouder betreft die geacht wordt regelmatig gedurende een korte periode als pleegouder op te treden;
b. het een pleegouder betreft door wie aan drie of meer jeugdigen jeugdhulpverlening wordt geboden;
c. de jeugdige een geestelijke of lichamelijke handicap heeft die noodzaakt tot het maken van kosten.
4. Tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van de Ziekenfondswetof terzake van de ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), wordt aan een pleegouder naast de pleegvergoeding de betaalde premie voor een ziektekostenverzekering ten behoeve van de jeugdige vergoed tot ten hoogste f 100 per maand, dan wel indien geen ziektekostenverzekering kan worden gesloten, een vergoeding voor ten behoeve van de jeugdige gemaakte ziektekosten verleend, voorzover de minister zich daartoe heeft verbonden. Het bepaalde met betrekking tot de premie voor een ziektekostenverzekering geldt niet voor jeugdigen van 18 jaar en ouder die een uitkering ontvangen ingevolge de Wet studiefinanciering.
2. De pleegvergoeding wordt verstrekt voor elke maand of dag waarover de pleegsituatie zich uitstrekt. De dag van aankomst wordt daarbij wel en de dag van vertrek wordt daarbij niet meegerekend.
3. De minister kan aan een pleegouder voor een daarbij aan te geven periode een toeslag van ten hoogste f5 per dag verlenen in de door de pleegouder ten behoeve van de jeugdige, noodzakelijk gemaakte kosten, waarvan wordt aangetoond dat zij niet uit de pleegvergoeding kunnen worden voldaan en waarvoor geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt, indien:
a. de indicatie tot plaatsing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de erkenningsregeling een termijn bevat van ten hoogste zes weken of die termijn daarna met ten hoogste 6 weken is verlengd en het een pleegouder betreft die geacht wordt regelmatig gedurende een korte periode als pleegouder op te treden;
b. het een pleegouder betreft door wie aan drie of meer jeugdigen jeugdhulpverlening wordt geboden;
c. de jeugdige een geestelijke of lichamelijke handicap heeft die noodzaakt tot het maken van kosten.
4. Tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van de Ziekenfondswetof terzake van de ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), wordt aan een pleegouder naast de pleegvergoeding de betaalde premie voor een ziektekostenverzekering ten behoeve van de jeugdige vergoed tot ten hoogste f 100 per maand, dan wel indien geen ziektekostenverzekering kan worden gesloten, een vergoeding voor ten behoeve van de jeugdige gemaakte ziektekosten verleend, voorzover de minister zich daartoe heeft verbonden. Het bepaalde met betrekking tot de premie voor een ziektekostenverzekering geldt niet voor jeugdigen van 18 jaar en ouder die een uitkering ontvangen ingevolge de Wet studiefinanciering.