BWBR0004362
Geldig vanaf 1988-07-15
Artikel 4
Subsidieregeling vrijwillige pleegzorg
Op een subsidie-aanvrage wordt in ieder geval afwijzend beslist indien:
a. door de plaatsing van de jeugdige de capaciteit wordt overschreden die is toegekend aan de erkende ambulante instelling die de indicatie heeft gesteld;
b. de (stief)ouder(s) van de jeugdige die op grond van het Bijdragebesluit jeugdhulpverlening bijdrageplichtig zijn, zich niet hebben verbonden tot het betalen van een met toepassing van dat besluit berekende bijdrage, tenzij ontheffing is verleend van de voorwaarde een ondertekend ouderbijdrageformulier in te zenden, met dien verstande dat in een zodanig geval aan de pleegouder subsidie wordt verstrekt tot de tweede werkdag na de dag waarop de beslissing op de aanvrage is verzonden.
a. door de plaatsing van de jeugdige de capaciteit wordt overschreden die is toegekend aan de erkende ambulante instelling die de indicatie heeft gesteld;
b. de (stief)ouder(s) van de jeugdige die op grond van het Bijdragebesluit jeugdhulpverlening bijdrageplichtig zijn, zich niet hebben verbonden tot het betalen van een met toepassing van dat besluit berekende bijdrage, tenzij ontheffing is verleend van de voorwaarde een ondertekend ouderbijdrageformulier in te zenden, met dien verstande dat in een zodanig geval aan de pleegouder subsidie wordt verstrekt tot de tweede werkdag na de dag waarop de beslissing op de aanvrage is verzonden.