BWBR0004196
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 25
Binnenschepenbesluit
1. Nadat een onderzoek of bijzonder onderzoek is beëindigd, dient de toestand van het schip en de uitrusting te worden gehandhaafd in overeenstemming met de vermeldingen in het certificaat.
2. Het schip mag slechts gebruikt worden voor de bestemming en op de binnenwateren, waarvoor het blijkens het certificaat geldig of geschikt is bevonden.
3. Bij het gebruik van het schip dienen in acht genomen te worden het vrijboord en de regelen ten aanzien van de belading, het stuwen, de stabiliteit en het gebruik, die in het certificaat zijn aangegeven voor de binnenwateren waarop door het schip wordt gevaren.
4. Aan boord van een passagiersschip, een veerboot of een zeilend passagiersschip mogen niet meer passagiers worden toegelaten dan het ten hoogste toegestane aantal volgens het certificaat.
5. Bij het gebruik van het schip dient de in het certificaat vermelde uitrusting in deugdelijke staat op de daarvoor bestemde plaatsen aan boord te zijn.
2. Het schip mag slechts gebruikt worden voor de bestemming en op de binnenwateren, waarvoor het blijkens het certificaat geldig of geschikt is bevonden.
3. Bij het gebruik van het schip dienen in acht genomen te worden het vrijboord en de regelen ten aanzien van de belading, het stuwen, de stabiliteit en het gebruik, die in het certificaat zijn aangegeven voor de binnenwateren waarop door het schip wordt gevaren.
4. Aan boord van een passagiersschip, een veerboot of een zeilend passagiersschip mogen niet meer passagiers worden toegelaten dan het ten hoogste toegestane aantal volgens het certificaat.
5. Bij het gebruik van het schip dient de in het certificaat vermelde uitrusting in deugdelijke staat op de daarvoor bestemde plaatsen aan boord te zijn.