BWBR0004196
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 20
Binnenschepenbesluit
1. Mits voorzieningen zijn getroffen, die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden, dan wel naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met de ingevolge <a href="/wet/BWBR0003443/artikel/27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 27, eerste lid, van de Binnenschepenwet</a>, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaren voldoende waarborg bieden voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord, zijn regelen van bijlagen IIen IIIniet van toepassing bij het onderzoek van:
a. schepen uitsluitend bestemd voor het varen in Nederland in een beperkt gebied of in havengebieden;
b. schepen uitsluitend bestemd voor het varen op in Nederland gelegen binnenwateren die niet via een ander binnenwater in verbinding staan met het waterwegennet van Duitsland of België en
c. schepen met een laadvermogen van 350 ton of minder, waarvan de kiel voor 1 januari 1950 is gelegd en die uitsluitend bestemd zijn voor het varen op in Nederland gelegen binnenwateren.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn voor schepen, niet zijnde bestaande schepen, de regelen van hoofdstuk 11van bijlage IIonverkort van toepassing behoudens het bepaalde in bijlage III.
3. Met betrekking tot vrachtschepen, sleepboten en duwboten wordt toepassing van het eerste lid ter kennis gebracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
a. schepen uitsluitend bestemd voor het varen in Nederland in een beperkt gebied of in havengebieden;
b. schepen uitsluitend bestemd voor het varen op in Nederland gelegen binnenwateren die niet via een ander binnenwater in verbinding staan met het waterwegennet van Duitsland of België en
c. schepen met een laadvermogen van 350 ton of minder, waarvan de kiel voor 1 januari 1950 is gelegd en die uitsluitend bestemd zijn voor het varen op in Nederland gelegen binnenwateren.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn voor schepen, niet zijnde bestaande schepen, de regelen van hoofdstuk 11van bijlage IIonverkort van toepassing behoudens het bepaalde in bijlage III.
3. Met betrekking tot vrachtschepen, sleepboten en duwboten wordt toepassing van het eerste lid ter kennis gebracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.