BWBR0004196
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 23
Binnenschepenbesluit
1. Voor de beoordeling van de stabiliteit van een passagiersschip, een veerboot of een zeilend passagiersschip wordt het schip - indien het een eerste onderzoek betreft - aan een hellingproef onderworpen.
2. Indien de uitkomsten van de hellingproef van een zusterschip van een passagiersschip, een veerboot of een zeilend passagiersschip beschikbaar zijn en daaraan voldoende stabiliteitsgegevens kunnen worden ontleend, kan de inspecteur-generaal toestaan dat een hellingproef achterwege blijft.
3. Voor de beoordeling van de stabiliteit van vrachtschepen, sleepboten, duwboten, rijksvaartuigen en bunkerstations kan de inspecteur-generaal bepalen dat een hellingproef wordt gehouden, indien de inrichting of de bijzondere bestemming van het schip daartoe aanleiding geeft.
4. De hellingproef wordt door of namens de eigenaar gehouden in aanwezigheid van de daartoe bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart.
2. Indien de uitkomsten van de hellingproef van een zusterschip van een passagiersschip, een veerboot of een zeilend passagiersschip beschikbaar zijn en daaraan voldoende stabiliteitsgegevens kunnen worden ontleend, kan de inspecteur-generaal toestaan dat een hellingproef achterwege blijft.
3. Voor de beoordeling van de stabiliteit van vrachtschepen, sleepboten, duwboten, rijksvaartuigen en bunkerstations kan de inspecteur-generaal bepalen dat een hellingproef wordt gehouden, indien de inrichting of de bijzondere bestemming van het schip daartoe aanleiding geeft.
4. De hellingproef wordt door of namens de eigenaar gehouden in aanwezigheid van de daartoe bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart.