BWBR0004192
Geldig vanaf 1987-10-01
Artikel 17
Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs
1. De ambtenaar dan wel werknemer die:
a. is gekozen tot lid van de universiteitsraad, van een faculteitsraad of faculteitsbestuur,
b. als vertegenwoordiger van het niet tot de wetenschappelijke staf behorend wetenschappelijk personeel of van het ondersteunend of beheerspersoneel is aangewezen als lid van een vakgroeps- of werkgroepsbestuur,
c. is benoemd tot of aangewezen als lid van een bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ingestelde commissie, daaronder mede begrepen een dienstcommissie,
d. is benoemd tot lid of plaatsvervangend lid van het college van beroep voor de examens of van het College van beroep voor het wetenschappelijk onderwijs,
wordt in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden die deze in zijn betrekking van ambtenaar dan wel werknemer dient te vervullen, te verminderen voor zolang en voor zover zulks redelijkerwijze noodzakelijk is voor het voorbereiden en bijwonen van de vergaderingen dan wel zittingen van die organen en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van die organen, en zulks naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijze is te verwezenlijken gelet op de vervulling van de bedoelde betrekking.
a. is gekozen tot lid van de universiteitsraad, van een faculteitsraad of faculteitsbestuur,
b. als vertegenwoordiger van het niet tot de wetenschappelijke staf behorend wetenschappelijk personeel of van het ondersteunend of beheerspersoneel is aangewezen als lid van een vakgroeps- of werkgroepsbestuur,
c. is benoemd tot of aangewezen als lid van een bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ingestelde commissie, daaronder mede begrepen een dienstcommissie,
d. is benoemd tot lid of plaatsvervangend lid van het college van beroep voor de examens of van het College van beroep voor het wetenschappelijk onderwijs,
wordt in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden die deze in zijn betrekking van ambtenaar dan wel werknemer dient te vervullen, te verminderen voor zolang en voor zover zulks redelijkerwijze noodzakelijk is voor het voorbereiden en bijwonen van de vergaderingen dan wel zittingen van die organen en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van die organen, en zulks naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijze is te verwezenlijken gelet op de vervulling van de bedoelde betrekking.