1. Bij onderdelen van de Open Universiteit kunnen door het bevoegd gezag dienstcommissies worden ingesteld. Over de instelling van dienstcommissies heeft overleg plaats met het plaatselijk overlegorgaan.
2. Bij het instellen van dienstcommissies wordt er zoveel mogelijk op gelet, dat de eenheid waarvoor een commissie wordt ingesteld, in organisatorisch dan wel beleidsuitvoerend opzicht een eenheid vormt.
3. Bij de overeenkomstige toepassing van de
artikelen 124tot en met
126a,
126b, eerste, tweede en zesde lid, en
126ctot en met
129a van het Algemeen Rijksambtenarenreglementop de in de voorgaande leden bedoelde dienstcommissies wordt gelezen in de plaats van:
a. Onze Minister: het bevoegd gezag in de zin van dit besluit;
b. bijzondere commissie: het plaatselijk overlegorgaan;
c. de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken: het plaatselijk overlegorgaan.