BWBR0004155
Geldig vanaf 1987-05-01
Artikel 6
Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet
1. Het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, wordt overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid bijgehouden.
2. Bij aankoop wordt het aankoopbewijs van het diergeneesmiddel of het gemedicineerd diervoeder in de administratie van de degene die bedrijfsmatige dieren houdt opgenomen, met dien verstande dat in het geval degene die bedrijfsmatige dieren houdt het diergeneesmiddel of gemedicineerd diervoeder ontvangen heeft door tussenkomst van een dierenarts of personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet, de gegevens als opgenomen in de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen worden gelijkgesteld met het logboek. Het aankoopbewijs dan wel de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel of de soort gemedicineerd voeder;
b. de naam en het adres van de leverancier;
c. de datum van aflevering;
d. de diersoort waarvoor het middel bestemd is;
e. de hoeveelheid.
3. Bij toepassing wordt in de administratie van degene die bedrijfsmatige dieren houdt in het geval dat de dierenarts toedient een verklaring van de dierenarts en in het geval dat de veehouder zelf toedient een eigen aantekening opgenomen. De verklaring dan wel de aantekening bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel;
b. de gebruikte hoeveelheid;
c. de datum van toediening;
d. de identificatie van de behandelde dieren;
e. het einde van de wachttermijn.
4. Bij verlies van diergeneesmiddelen of gemedicineerd voeder op andere wijze dan door toediening neemt de veehouder een aantekening in de administratie op. Bovengenoemde aantekening bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel;
b. de verloren gegane hoeveelheid;
c. de datum;
d. de wijze van verloren gaan.
5. Het logboek dan wel in voorkomend geval de in de artikelen 4en 5bedoelde schriftelijke verklaring worden gedurende vijf jaar na de daarin laatst opgenomen vermeldingen bewaard.
2. Bij aankoop wordt het aankoopbewijs van het diergeneesmiddel of het gemedicineerd diervoeder in de administratie van de degene die bedrijfsmatige dieren houdt opgenomen, met dien verstande dat in het geval degene die bedrijfsmatige dieren houdt het diergeneesmiddel of gemedicineerd diervoeder ontvangen heeft door tussenkomst van een dierenarts of personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet, de gegevens als opgenomen in de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen worden gelijkgesteld met het logboek. Het aankoopbewijs dan wel de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel of de soort gemedicineerd voeder;
b. de naam en het adres van de leverancier;
c. de datum van aflevering;
d. de diersoort waarvoor het middel bestemd is;
e. de hoeveelheid.
3. Bij toepassing wordt in de administratie van degene die bedrijfsmatige dieren houdt in het geval dat de dierenarts toedient een verklaring van de dierenarts en in het geval dat de veehouder zelf toedient een eigen aantekening opgenomen. De verklaring dan wel de aantekening bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel;
b. de gebruikte hoeveelheid;
c. de datum van toediening;
d. de identificatie van de behandelde dieren;
e. het einde van de wachttermijn.
4. Bij verlies van diergeneesmiddelen of gemedicineerd voeder op andere wijze dan door toediening neemt de veehouder een aantekening in de administratie op. Bovengenoemde aantekening bevat de volgende gegevens:
a. de naam van het diergeneesmiddel;
b. de verloren gegane hoeveelheid;
c. de datum;
d. de wijze van verloren gaan.
5. Het logboek dan wel in voorkomend geval de in de artikelen 4en 5bedoelde schriftelijke verklaring worden gedurende vijf jaar na de daarin laatst opgenomen vermeldingen bewaard.