BWBR0004155
Geldig vanaf 1987-05-01
Artikel 2
Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet
Houders van vergunningen als bedoeld in de artikelen 21of 33 van de wet, dierenartsen, apothekers en personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wetzijn verplicht een administratie te voeren omtrent in het voorkomende geval de ontvangst, de herkomst, degene aan wie is afgeleverd, de bestemming, de toepassing, het verlies en de vernietiging, alsmede de be- of verwerking van diergeneesmiddelen onderscheidenlijk gemedicineerde voeders, met dien verstande dat:
a. de administratie van houders van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen met betrekking tot het afleveren aan houders van dieren uitsluitend betrekking hoeft te hebben op diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt;
b. de administratie van houders van een vergunning voor het bereiden van diergeneesmiddelen tevens betrekking moet hebben op de door hen gebruikte grondstoffen;
c. de administratie van dierenartsen en apothekers onverminderd het bepaalde in de vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet (Stcrt. 1986, 70), uitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen, diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt en diergeneesmiddelen die overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet zijn bereid, alsmede op de bij de bereiding gebruikte grondstoffen;
d. de administratie van personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet uitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen en diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt;
e. de administratie van houders van een vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet zowel betrekking heeft op voormengsels met medicinale werking of halffabrikaten met medicinale werking als gemedicineerde voeders.
a. de administratie van houders van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen met betrekking tot het afleveren aan houders van dieren uitsluitend betrekking hoeft te hebben op diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt;
b. de administratie van houders van een vergunning voor het bereiden van diergeneesmiddelen tevens betrekking moet hebben op de door hen gebruikte grondstoffen;
c. de administratie van dierenartsen en apothekers onverminderd het bepaalde in de vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet (Stcrt. 1986, 70), uitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen, diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt en diergeneesmiddelen die overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet zijn bereid, alsmede op de bij de bereiding gebruikte grondstoffen;
d. de administratie van personen, bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet uitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen en diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt;
e. de administratie van houders van een vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet zowel betrekking heeft op voormengsels met medicinale werking of halffabrikaten met medicinale werking als gemedicineerde voeders.