BWBR0004155
Geldig vanaf 1987-05-01
Artikel 5
Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet
1. Bij de aflevering of het voorschrijven van gekanaliseerde diergeneesmiddelen, van diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, en van diergeneesmiddelen die zijn bereid overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet, alsmede bij het voorschrijven van het vervoederen van gemedicineerde voeders, andere dan die waarin slechts diergeneesmiddelen voorkomen in hoeveelheden die in overeenstemming zijn met de overeenkomstig bijlage I van de Verordening Diervoeder 1986 van het Produktschap voor Veevoeder (Verordening van 28 mei 1986, Vb. Bo. 1986, afl. 35) voor dat voeder toegestane hoeveelheden, voor zover daarin althans gekanaliseerde diergeneesmiddelen dan wel diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, voorkomen is de dierenarts verplicht degene, die bedrijfsmatig dieren houdt opgave te doen van:
a. de naam en de hoeveelheid van het afgeleverde diergeneesmiddel, onderscheidenlijk het voorgeschreven gemedicineerde voeder, alsmede het tijdstip waarop het werd verstrekt onderscheidenlijk werd voorgeschreven en,
b. in voorkomend geval de in acht te nemen wachttermijn.
2. Indien een diergeneesmiddel als genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gebruik hormonen en ß-agonistenwordt afgeleverd of voorgeschreven, bevat de in het eerste lid bedoelde verklaring een identificatie van het te behandelen dier of de kleinst mogelijke eenheid te behandelen dieren. In de verklaring wordt tevens het doel van de behandeling en de wijze van toediening van het diergeneesmiddel vermeld. De verklaring wordt schriftelijk verstrekt.
a. de naam en de hoeveelheid van het afgeleverde diergeneesmiddel, onderscheidenlijk het voorgeschreven gemedicineerde voeder, alsmede het tijdstip waarop het werd verstrekt onderscheidenlijk werd voorgeschreven en,
b. in voorkomend geval de in acht te nemen wachttermijn.
2. Indien een diergeneesmiddel als genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gebruik hormonen en ß-agonistenwordt afgeleverd of voorgeschreven, bevat de in het eerste lid bedoelde verklaring een identificatie van het te behandelen dier of de kleinst mogelijke eenheid te behandelen dieren. In de verklaring wordt tevens het doel van de behandeling en de wijze van toediening van het diergeneesmiddel vermeld. De verklaring wordt schriftelijk verstrekt.