BWBR0004045
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 52b
Werkloosheidswet
Artikel 52b 1 Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer die in 39 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid heeft verricht, doch die geen recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering heeft omdat hij noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel b , onder 1°, noch aan de voorwaarde van artikel 17, onderdeel b , onder 2°, voldoet. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een werknemer die terzake van werkloosheid uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone omstandigheden op grond van artikel 18 recht op uitkering heeft, terzake van dezelfde werkloosheid geen recht op kortdurende uitkering. 3 In afwijking van het eerste lid ontstaat geen recht op uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover een recht op uitkering ingevolge hoofdstuk II a herleeft, dan wel, indien een recht ingevolge hoofdstuk II a na herleving nogmaals herleeft, voor het totaal aantal uren van dat recht na de laatste herleving. Tevens ontstaat geen recht op uitkering indien, na toepassing van de vorige volzin, het recht op uitkering dat zou ontstaan een omvang zou hebben van minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek en minder dan de helft van de arbeidsuren per kalenderweek. 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 29-12-1995 01-03-1995