BWBR0003976
Geldig vanaf 1986-06-11
Artikel 9
Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen
1. Een verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 2, onder c, of 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen, wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
2. Goedkeuring als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verleend aan typen uitlaatsystemen die gekeurd zijn bij een keuring door:
a. een keuringsinstantie als bedoeld in onderdeel 12 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa, en goedgekeurd volgens de voorschriften, opgenomen in onderdeel 6 van dat Reglement;
b. – de Technische Überwachungs Verein (TÜV) in Duitsland, dan wel: de Union Technique de l'Automobile du motocycle et du Cycle (UTAC), en die tevens zijn voorzien van een nummer van de Traveaux Publics Silencieux (TP SI) en zijn goedgekeurd door het Ministère des Transports in Frankrijk, indien uit genoemde keuringen blijkt dat het uitlaatsysteem ten minste dezelfde geluidreductie verschaft als het oorspronkelijk onder het voertuig aangebrachte uitlaatsysteem en dit is vastgesteld overeenkomstig de meetmethode beschreven in:
bijlage II, onder 5, van de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 april 1981, nr. 81/334/EEG, houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen, dan wel:
hoofdstuk 6 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa.
de Union Technique de l'Automobile du motocycle et du Cycle (UTAC), en die tevens zijn voorzien van een nummer van de Traveaux Publics Silencieux (TP SI) en zijn goedgekeurd door het Ministère des Transports in Frankrijk, indien uit genoemde keuringen blijkt dat het uitlaatsysteem ten minste dezelfde geluidreductie verschaft als het oorspronkelijk onder het voertuig aangebrachte uitlaatsysteem en dit is vastgesteld overeenkomstig de meetmethode beschreven in:
bijlage II, onder 5, van de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 april 1981, nr. 81/334/EEG, houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen, dan wel:
hoofdstuk 6 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa.
2. Goedkeuring als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verleend aan typen uitlaatsystemen die gekeurd zijn bij een keuring door:
a. een keuringsinstantie als bedoeld in onderdeel 12 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa, en goedgekeurd volgens de voorschriften, opgenomen in onderdeel 6 van dat Reglement;
b. – de Technische Überwachungs Verein (TÜV) in Duitsland, dan wel: de Union Technique de l'Automobile du motocycle et du Cycle (UTAC), en die tevens zijn voorzien van een nummer van de Traveaux Publics Silencieux (TP SI) en zijn goedgekeurd door het Ministère des Transports in Frankrijk, indien uit genoemde keuringen blijkt dat het uitlaatsysteem ten minste dezelfde geluidreductie verschaft als het oorspronkelijk onder het voertuig aangebrachte uitlaatsysteem en dit is vastgesteld overeenkomstig de meetmethode beschreven in:
bijlage II, onder 5, van de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 april 1981, nr. 81/334/EEG, houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen, dan wel:
hoofdstuk 6 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa.
de Union Technique de l'Automobile du motocycle et du Cycle (UTAC), en die tevens zijn voorzien van een nummer van de Traveaux Publics Silencieux (TP SI) en zijn goedgekeurd door het Ministère des Transports in Frankrijk, indien uit genoemde keuringen blijkt dat het uitlaatsysteem ten minste dezelfde geluidreductie verschaft als het oorspronkelijk onder het voertuig aangebrachte uitlaatsysteem en dit is vastgesteld overeenkomstig de meetmethode beschreven in:
bijlage II, onder 5, van de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 april 1981, nr. 81/334/EEG, houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen, dan wel:
hoofdstuk 6 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa.