BWBR0003976
Geldig vanaf 1986-06-11
Artikel 4
Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen
1. Van ieder type uitlaatsysteem waarvoor de keuring wordt aangevraagd, wordt het exemplaar, bestemd voor de keuring, afgeleverd op de door de keuringsinstantie aangewezen plaats in een zodanige staat dat de keuring onmiddellijk en ononderbroken kan plaatsvinden.
2. Indien de keuringsinstantie daarom verzoekt, stelt de aanvrager voorts voor de duur van de keuring het volgende materieel ter beschikking:
a. een tweede exemplaar van het uitlaatsysteem waarvoor keuring wordt aangevraagd;
b. een uitlaatsysteem, overeenstemmend met het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust;
c. een voertuig dat representatief is voor het uit te rusten type, voorzien van het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust, en dat in een zodanige toestand verkeert, dat voor wat betreft het geluidsniveau tijdens het rijden, aan de grenswaarden, geldend bij de typekeuring, wordt voldaan en de waarden die bij de typegoedkeuring zijn verkregen met niet meer dan 3 dB(A) worden overschreden, en dat
voor wat betreft het geluidsniveau bij stilstand, wordt voldaan aan de waarde die bij de typegoedkeuring is verkregen;
voor wat betreft het geluidsniveau tijdens het rijden, aan de grenswaarden, geldend bij de typekeuring, wordt voldaan en de waarden die bij de typegoedkeuring zijn verkregen met niet meer dan 3 dB(A) worden overschreden, en dat
voor wat betreft het geluidsniveau bij stilstand, wordt voldaan aan de waarde die bij de typegoedkeuring is verkregen;
d. een afzonderlijke motor, overeenkomend met die van het onder c beschreven voertuigtype.
2. Indien de keuringsinstantie daarom verzoekt, stelt de aanvrager voorts voor de duur van de keuring het volgende materieel ter beschikking:
a. een tweede exemplaar van het uitlaatsysteem waarvoor keuring wordt aangevraagd;
b. een uitlaatsysteem, overeenstemmend met het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust;
c. een voertuig dat representatief is voor het uit te rusten type, voorzien van het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust, en dat in een zodanige toestand verkeert, dat voor wat betreft het geluidsniveau tijdens het rijden, aan de grenswaarden, geldend bij de typekeuring, wordt voldaan en de waarden die bij de typegoedkeuring zijn verkregen met niet meer dan 3 dB(A) worden overschreden, en dat
voor wat betreft het geluidsniveau bij stilstand, wordt voldaan aan de waarde die bij de typegoedkeuring is verkregen;
voor wat betreft het geluidsniveau tijdens het rijden, aan de grenswaarden, geldend bij de typekeuring, wordt voldaan en de waarden die bij de typegoedkeuring zijn verkregen met niet meer dan 3 dB(A) worden overschreden, en dat
voor wat betreft het geluidsniveau bij stilstand, wordt voldaan aan de waarde die bij de typegoedkeuring is verkregen;
d. een afzonderlijke motor, overeenkomend met die van het onder c beschreven voertuigtype.