BWBR0003936
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 8
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
1. Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie wordt door de inspecteur-generaal afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
2. In afwijking van het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
3. Onverminderd het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
4. Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan de inspecteur-generaal na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
5. Indien een hernieuwd onderzoek wordt voltooid en indien geen nieuw certificaat ten behoeve van het schip kan worden afgegeven voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan daarvan een aantekening op het bestaande certificaat worden geplaatst. In afwijking van het eerste lid wordt in dat geval de geldigheidsduur van het certificaat verlengd voor een periode van niet langer dan vijf maanden na de vervaldatum.
6. In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
7. In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
8. In bijzondere omstandigheden behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwde onderzoek.
9. Indien een tussentijds of jaarlijks onderzoek wordt voltooid voor de aanvang van de periode waarin het dient plaats te vinden, worden er, voorzover van toepassing, een of meer aanvullende tussentijdse of jaarlijkse onderzoeken verricht, zodat de maximale tussenpozen tussen de onderzoeken, bedoeld in artikel 4, niet worden overschreden.
10. Het certificaat verliest zijn geldigheid wanneer:
a. de op het certificaat aangegeven periode van geldigheid is verstreken;
b. het tussentijdse of jaarlijkse onderzoek niet is uitgevoerd binnen de gestelde periode danwel indien daarvan geen aantekening is gemaakt op het certificaat;
c. het schip ophoudt te behoren tot de categorie van schepen, waarop dit besluit van toepassing is;
d. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van de inspecteur-generaal en onverminderd artikel 2a, eerste en tweede lid, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
e. de naam van het schip wordt veranderd of het schip een ander letterteken of nummer krijgt. In dat geval wordt op aanvraag een nieuw certificaat afgegeven voor het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak, waarvoor het vervallen certificaat zou hebben gegolden;
f. het schip niet meer gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren.
11. a. Het certificaat kan door de inspecteur-generaal worden ingetrokken: 1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft belopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of
2°. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. Van de intrekking wordt de eigenaar bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid;
1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft belopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of
2°. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. Van de intrekking wordt de eigenaar bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid;
b. Een vervallen of ingetrokken certificaat moet door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal worden ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
c. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven.
12. In afwijking van het tiende lid, onder b, kan de inspecteur-generaal, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van de inspecteur-generaal.
2. In afwijking van het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
3. Onverminderd het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
4. Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan de inspecteur-generaal na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
5. Indien een hernieuwd onderzoek wordt voltooid en indien geen nieuw certificaat ten behoeve van het schip kan worden afgegeven voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan daarvan een aantekening op het bestaande certificaat worden geplaatst. In afwijking van het eerste lid wordt in dat geval de geldigheidsduur van het certificaat verlengd voor een periode van niet langer dan vijf maanden na de vervaldatum.
6. In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
7. In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
8. In bijzondere omstandigheden behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwde onderzoek.
9. Indien een tussentijds of jaarlijks onderzoek wordt voltooid voor de aanvang van de periode waarin het dient plaats te vinden, worden er, voorzover van toepassing, een of meer aanvullende tussentijdse of jaarlijkse onderzoeken verricht, zodat de maximale tussenpozen tussen de onderzoeken, bedoeld in artikel 4, niet worden overschreden.
10. Het certificaat verliest zijn geldigheid wanneer:
a. de op het certificaat aangegeven periode van geldigheid is verstreken;
b. het tussentijdse of jaarlijkse onderzoek niet is uitgevoerd binnen de gestelde periode danwel indien daarvan geen aantekening is gemaakt op het certificaat;
c. het schip ophoudt te behoren tot de categorie van schepen, waarop dit besluit van toepassing is;
d. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van de inspecteur-generaal en onverminderd artikel 2a, eerste en tweede lid, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
e. de naam van het schip wordt veranderd of het schip een ander letterteken of nummer krijgt. In dat geval wordt op aanvraag een nieuw certificaat afgegeven voor het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak, waarvoor het vervallen certificaat zou hebben gegolden;
f. het schip niet meer gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren.
11. a. Het certificaat kan door de inspecteur-generaal worden ingetrokken: 1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft belopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of
2°. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. Van de intrekking wordt de eigenaar bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid;
1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft belopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of
2°. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten. Van de intrekking wordt de eigenaar bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid;
b. Een vervallen of ingetrokken certificaat moet door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal worden ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
c. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven.
12. In afwijking van het tiende lid, onder b, kan de inspecteur-generaal, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van de inspecteur-generaal.