BWBR0003936
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 26
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
1. Elk olietankschip met een tonnage van 150 of meer en elk schip dat geen olietankschip is, met een tonnage van 400 of meer, heeft een goedgekeurd scheepsnoodplan voor olieverontreiniging aan boord.
2. Een scheepsnoodplan voor olieverontreiniging bevat ten minste:
a. de procedure die de kapitein of een ander bemanningslid dat de leiding van het schip heeft, moet volgen voor het melden van een voorval van olieverontreiniging;
b. een lijst van autoriteiten of personen aan wie een voorval van olieverontreiniging moet worden gemeld;
c. een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen welke de bemanning onmiddellijk moet nemen om de uitstroom van olie ten gevolge van een voorval zoveel mogelijk te beperken;
d. de procedure en contactpersoon aan boord van het schip voor het coördineren van de maatregelen aan boord met nationale en plaatselijke autoriteiten bij het bestrijden van een olieverontreiniging.
3. Een schip waarop artikel 14A van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffennaast dit artikel van toepassing is, mag het scheepsnoodplan voor olieverontreinigingen combineren met het scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen, bedoeld in dat artikel. In dat geval is de titel van het plan: scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee.
2. Een scheepsnoodplan voor olieverontreiniging bevat ten minste:
a. de procedure die de kapitein of een ander bemanningslid dat de leiding van het schip heeft, moet volgen voor het melden van een voorval van olieverontreiniging;
b. een lijst van autoriteiten of personen aan wie een voorval van olieverontreiniging moet worden gemeld;
c. een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen welke de bemanning onmiddellijk moet nemen om de uitstroom van olie ten gevolge van een voorval zoveel mogelijk te beperken;
d. de procedure en contactpersoon aan boord van het schip voor het coördineren van de maatregelen aan boord met nationale en plaatselijke autoriteiten bij het bestrijden van een olieverontreiniging.
3. Een schip waarop artikel 14A van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffennaast dit artikel van toepassing is, mag het scheepsnoodplan voor olieverontreinigingen combineren met het scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen, bedoeld in dat artikel. In dat geval is de titel van het plan: scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee.