BWBR0003936
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 21
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
Installaties dienen, gedurende de tijd dat zij drijven en niet worden gebezigd voor het instellen van een onderzoek naar delfstoffen onder de zeebodem of het winnen daarvan, te voldoen aan de bepalingen van dit besluit welke van toepassing zijn op schepen geen olietankschepen zijnde, met een tonnage van 400 of meer, met dien verstande dat zij:
a. moeten zijn uitgerust met de voorzieningen als bedoeld in de artikelen 16 en 17, voorzover praktisch uitvoerbaar;
b. in plaats van het oliejournaal aantekening houden in een staat, volgens een door de Minister van Economische Zaken vast te stellen model, van alle werkzaamheden waarbij lozingen van olierestanten of oliehoudende mengsels plaatsvinden; en
c. behoudens het bepaalde in artikel 11 geen olierestanten of oliehoudende mengsels in zee mogen lozen, tenzij het oliegehalte in het geloosde onverdunde mengsel niet hoger is dan 15 delen per miljoen.
a. moeten zijn uitgerust met de voorzieningen als bedoeld in de artikelen 16 en 17, voorzover praktisch uitvoerbaar;
b. in plaats van het oliejournaal aantekening houden in een staat, volgens een door de Minister van Economische Zaken vast te stellen model, van alle werkzaamheden waarbij lozingen van olierestanten of oliehoudende mengsels plaatsvinden; en
c. behoudens het bepaalde in artikel 11 geen olierestanten of oliehoudende mengsels in zee mogen lozen, tenzij het oliegehalte in het geloosde onverdunde mengsel niet hoger is dan 15 delen per miljoen.