BWBR0003862
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 5a
Besluit bekostiging WPO
1. In geval van voortijdige beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst wordt voor elk schooljaar dat een bijzondere school dan wel een openbare school op grond van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/157" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 157, derde lid, van de wet</a>, in stand werd gehouden, door het Rijk een bedrag ingehouden op de bekostiging van de school.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de som van de bekostiging, bedoeld in artikel 23, artikel 24en artikel 26, in elk van die schooljaren.
3. Voor elk schooljaar dat een bijzondere dan wel een openbare nevenvestiging op grond van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/157" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 157, derde lid, van de wet</a>, in stand werd gehouden, wordt door het Rijk een bedrag ingehouden op de bekostiging van de nevenvestiging.
4. Het bedrag, bedoeld in het derde lid, is de bekostiging, bedoeld in artikel 25, in elk van die schooljaren.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de som van de bekostiging, bedoeld in artikel 23, artikel 24en artikel 26, in elk van die schooljaren.
3. Voor elk schooljaar dat een bijzondere dan wel een openbare nevenvestiging op grond van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/157" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 157, derde lid, van de wet</a>, in stand werd gehouden, wordt door het Rijk een bedrag ingehouden op de bekostiging van de nevenvestiging.
4. Het bedrag, bedoeld in het derde lid, is de bekostiging, bedoeld in artikel 25, in elk van die schooljaren.