BWBR0003862
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 18
Besluit bekostiging WPO
1. Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste en derde lid, van de wetvast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemersuiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
2. Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste lid, van de wetvoorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in de artikelen 29en 30, vast binnen 14 weken na de voor de desbetreffende bekostiging relevante datum.
3. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 171, vierde lid, van de wetaanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
2. Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste lid, van de wetvoorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in de artikelen 29en 30, vast binnen 14 weken na de voor de desbetreffende bekostiging relevante datum.
3. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 171, vierde lid, van de wetaanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.