BWBR0003779
Geldig vanaf 2005-12-20
Artikel 5b
Bevoegdhedenbesluit WPO
De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de expressie-activiteit dans zijn:
a. het diploma pedagoog op het gebied van de danskunst, uitgereikt door een van rijkswege benoemde commissie voor de staatsexamens voor de danskunst of door een van rijkswege erkende instelling voor dansvakonderwijs, afgegeven vóór 1 augustus 1968;
b. het diploma docent dans van het theateronderwijs met aantekening voortgezet onderwijs, afgegeven op of na 1 augustus 1968;
c. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de samengesteld voltijdse danwel deeltijdse studierichting met een cursusduur van tenminste vier jaar docentschap dans;
d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding voor het docentschap dans;
e. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding theater of de hbo-opleiding theater/drama en dans, zoals vermeld in het onderdeel Taal en Cultuur van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs;
f. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van dans in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van dans op hbo-niveau beschikt.
a. het diploma pedagoog op het gebied van de danskunst, uitgereikt door een van rijkswege benoemde commissie voor de staatsexamens voor de danskunst of door een van rijkswege erkende instelling voor dansvakonderwijs, afgegeven vóór 1 augustus 1968;
b. het diploma docent dans van het theateronderwijs met aantekening voortgezet onderwijs, afgegeven op of na 1 augustus 1968;
c. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de samengesteld voltijdse danwel deeltijdse studierichting met een cursusduur van tenminste vier jaar docentschap dans;
d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding voor het docentschap dans;
e. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding theater of de hbo-opleiding theater/drama en dans, zoals vermeld in het onderdeel Taal en Cultuur van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs;
f. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van dans in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van dans op hbo-niveau beschikt.