1. De bewijzen van bekwaamheid, die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening zijn:
a. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de lichamelijke oefening (akte j);
b. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de gymnastiek (akte S);
c. de met de akte gymnastiek (S) gelijkgestelde akten, behaald in (het voormalige) Nederlands-Indië;
d. de met de akte gymnastiek (S) gelijkgestelde akten, voor 1 januari 1981 behaald in Suriname;
e. de met de akte gymnastiek (S) gelijkgestelde akten, behaald in de Nederlandse Antillen;
f. de akte lichamelijke oefening, na 31 december 1955 doch vóór 1 januari 1981 behaald in Suriname;
g. de akte lichamelijke oefening, na 31 december 1955 behaald in de Nederlandse Antillen of in Aruba;
h. de akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs in de lichamelijke oefening, tevens zijnde bewijs van pedagogische en didactische voorbereiding;
i. de akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs in lichamelijke oefening, tevens zijnde Q (schoolakte P);
j. de akte N gy + p.d.;
k. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige voltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke oefening;
l. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke oefening.
2. Het getuigschrift van de leergang bewegingsonderwijs PO in combinatie met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar basisonderwijs, verleent bevoegdheid tot het geven van onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in
artikel 9, eerste lid, onder a, van de wet, in de leerjaren 3 tot en met 8 van het basisonderwijs.
3. Het volgen van het onderwijs van de leergang bewegingsonderwijs PO in combinatie met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar basisonderwijs, verleent vanaf het tijdstip waarop dat onderwijs voor het eerst wordt gevolgd gedurende maximaal 2 aaneengesloten schooljaren bevoegdheid tot het geven van het onderwijs, bedoeld in het tweede lid.