BWBR0003743
Geldig vanaf 1984-12-28
Artikel 7
Regeling visserijlicentie
1. De licentie is niet geldig vanaf het tijdstip dat door de minister of een controleur wordt geconstateerd dat:
a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het in de licentie vermelde motorvermogen;
b. enten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende zegelplan of afnameprotocol, of
c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de in de licentie vermelde tonnage.
2. Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld.
3. De Minister besluit de ongeldigheid van de licentie op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:
a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het in de licentie vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het zegelplan of het afnameprotocol;
b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig de in de licentie vermelde tonnage niet overschrijdt.
4. Indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, is ten aanzien van vissersvaartuigen waarvoor een afnameprotocol is afgegeven in ieder geval ten genoegen van de Minister aangetoond dat het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren het in de licentie vermelde motorvermogen niet langer overschrijdt onderscheidenlijk dat er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren geen afwijkingen meer zijn ten opzichte van het afnameprotocol of het zegelplan, indien de ondernemer of diens gemachtigde de Minister een daartoe strekkende verklaring van de Scheepvaartinspectie overlegt.
a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het in de licentie vermelde motorvermogen;
b. enten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende zegelplan of afnameprotocol, of
c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de in de licentie vermelde tonnage.
2. Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld.
3. De Minister besluit de ongeldigheid van de licentie op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:
a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het in de licentie vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het zegelplan of het afnameprotocol;
b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig de in de licentie vermelde tonnage niet overschrijdt.
4. Indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, is ten aanzien van vissersvaartuigen waarvoor een afnameprotocol is afgegeven in ieder geval ten genoegen van de Minister aangetoond dat het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren het in de licentie vermelde motorvermogen niet langer overschrijdt onderscheidenlijk dat er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren geen afwijkingen meer zijn ten opzichte van het afnameprotocol of het zegelplan, indien de ondernemer of diens gemachtigde de Minister een daartoe strekkende verklaring van de Scheepvaartinspectie overlegt.