BWBR0003743
Geldig vanaf 1984-12-28
Artikel 6a
Regeling visserijlicentie
1. De ondernemer van een vissersvaartuig waarvoor een afnameprotocol is afgegeven en waarvoor een speciaal visdocument is uitgereikt overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling technische maatregelen 2000, of diens gemachtigde heeft het desbetreffende afnameprotocol en zegelplan aan boord van dat vissersvaartuig.
2. Het eerste lid is met ingang van 1 april 2001 van overeenkomstige toepassing op ondernemers of gemachtigden van vissersvaartuigen waarvoor uitsluitend een afnameprotocol is afgegeven.
3. De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van het bij dat vaartuig behorende afnameprotocol of zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Redelijkerwijs bekend worden in ieder geval geacht te zijn wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen.
4. De melding, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op een wijze als omschreven in artikel 3, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988, aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Kerkrade.
2. Het eerste lid is met ingang van 1 april 2001 van overeenkomstige toepassing op ondernemers of gemachtigden van vissersvaartuigen waarvoor uitsluitend een afnameprotocol is afgegeven.
3. De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van het bij dat vaartuig behorende afnameprotocol of zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Redelijkerwijs bekend worden in ieder geval geacht te zijn wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen.
4. De melding, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op een wijze als omschreven in artikel 3, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988, aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Kerkrade.