1. Het is verboden zonder geldige visvergunning met een vissersvaartuig de visserij uit te oefenen op de bestanden, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EG) nr. 2371/2002van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358).
2. De minister kent bij indiening van een aanvraag tot inschrijving van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit een visvergunning toe ten aanzien van dat vissersvaartuig indien wordt voldaan aan het vierde lid van dat artikel en:
a. het vissersvaartuig stond geregistreerd in het visserijregister en die registratie op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Registratiebesluit na 1 januari 2003 is doorgehaald, er minder dan zes weken zijn verstreken vanaf het moment van doorhaling van die inschrijving en het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan voor de doorhaling van de inschrijving;
b. het vissersvaartuig dient ter vervanging van een of meerdere vissersvaartuigen die stond respectievelijk stonden geregistreerd in het visserijregister en die registratie op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Registratiebesluit na 1 januari 2003 is doorgehaald, er minder dan negen maanden zijn verstreken vanaf het moment van doorhaling van die inschrijving en het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen en de tonnage van het vissersvaartuig dat respectievelijk de vissersvaartuigen die wordt respectievelijk worden vervangen;
c. het vissersvaartuig stond geregistreerd in het visserijregister en die registratie in 2003 op grond van artikel 9, tweede lid, van het Registratiebesluit is doorgehaald, de betreffende ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig stond geregistreerd voor 1 juli 2004 een volledige aanvraag tot inschrijving van dat vissersvaartuig in het visserijregister als bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit heeft ingediend en het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan voor de doorhaling van de inschrijving;
d. met dat vissersvaartuig de visserij, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet 1963 wordt uitgeoefend;
e. de licentie is aangehouden of de verlening van een vergunning bestemd voor het vangen van garnalen (Crangon crangon), bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren, is aangehouden ten behoeve van nieuwbouw of verbouw van dat vissersvaartuig, waarvoor de betreffende ondernemer vóór 28 februari 2003 een investeringsverplichting is aangegaan, waarvan: 1e. de kiel van dat vissersvaartuig vóór 28 februari 2003 is gelegd of
2e. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig, vóór 28 februari 2003 is aangevangen en voor deze datum is aangevangen met de samenbouw die ten minste één procent moet bevatten van de geschatte massa van al het bouwmateriaal; mits vóór 1 april 2003 opgaaf is gedaan bij de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van die investeringsverplichting en de bouw, bedoeld in onderdeel 1e, of de aanbouw, bedoeld in onderdeel 2e, en binnen de termijn van aanhouding een volledige aanvraag tot inschrijving in het visserijregister als bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit is ingediend.
1e. de kiel van dat vissersvaartuig vóór 28 februari 2003 is gelegd of
2e. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig, vóór 28 februari 2003 is aangevangen en voor deze datum is aangevangen met de samenbouw die ten minste één procent moet bevatten van de geschatte massa van al het bouwmateriaal; mits vóór 1 april 2003 opgaaf is gedaan bij de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van die investeringsverplichting en de bouw, bedoeld in onderdeel 1e, of de aanbouw, bedoeld in onderdeel 2e, en binnen de termijn van aanhouding een volledige aanvraag tot inschrijving in het visserijregister als bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit is ingediend.
f. een vergunning bestemd voor het vangen van mosselen, kokkels of oesters als bedoeld in artikel 11 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren is toegekend en de betreffende ondernemer ten behoeve van nieuwbouw van een vissersvaartuig of verbouw van zijn vissersvaartuig vóór 16 augustus 2003 een investeringsverplichting is aangegaan, waarvan: 1°. de kiel van dat vissersvaartuig vóór 16 augustus 2003 is gelegd of
2°. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig, vóór 16 augustus 2003 is aangevangen en voor deze datum is aangevangen met de samenbouw die ten minste één procent moet bevatten van de geschatte massa van al het bouwmateriaal; mits vóór 1 oktober 2003 opgaaf is gedaan bij de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van die investeringsverplichting en de bouw, bedoeld in onderdeel 1°, of de aanbouw, bedoeld in onderdeel 2°, en vóór 1 juni 2004 een volledige aanvraag tot inschrijving van het vissersvaartuig in het visserijregister als bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit is ingediend.
1°. de kiel van dat vissersvaartuig vóór 16 augustus 2003 is gelegd of
2°. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig, vóór 16 augustus 2003 is aangevangen en voor deze datum is aangevangen met de samenbouw die ten minste één procent moet bevatten van de geschatte massa van al het bouwmateriaal;
3. Een visvergunning wordt slechts toegekend ten aanzien van een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b en c indien dat vissersvaartuig tot hetzelfde segment behoort als voor het moment van doorhaling, bedoeld in het onderdeel a en c van dat artikellid, respectievelijk als het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen, bedoeld in het onderdeel b van dat artikellid.
4. Een visvergunning wordt slechts toegekend ten aanzien van een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b en c, ten aanzien waarvan:
voor zover het vissersvaartuig behoort tot segment 4J1, 4J2, 4J3, 4J4 of 4J5, een geldige licentie is toegekend, of
voor zover het vissersvaartuig behoort tot segment E, bedoeld in de bijlage bij beschikking nr. 2001/21/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 december 2000 tot wijziging van beschikking 98/121/EG houdende goedkeering van het meerjarig oriëntatieprogramma voor de vissersvloot van Nederland voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2001 (PbEG L 5), een garnalenvergunning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, is verleend.
5. Onverminderd het tweede lid, kan de minister op aanvraag een visvergunning toekennen ten behoeve van één respectievelijk meerdere vissersvaartuigen, indien het motorvermogen en de tonnage van alle tot dat segment behorende vissersvaartuigen tezamen kleiner is dan het totale motorvermogen en tonnage van alle vissersvaartuigen van dat segment op 1 januari 2003.
6. De minister stelt de periode waarin een aanvraag tot verlening van een visvergunning als bedoeld in het vijfde lid kan worden ingediend en de voorwaarden voor verlening van die visvergunningen vast en publiceert deze in de Staatscourant.
7. De visvergunning bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig waarop de visvergunning betrekking heeft, staat geregistreerd in het visserijregister;
b. het letterteken en nummer van het vissersvaartuig;
c. het motorvermogen en de tonnage van dat vissersvaartuig, alsmede
d. het segment waartoe het vissersvaartuig behoort.
8. De visvergunning wordt ingetrokken indien:
het vissersvaartuig niet meer is geregistreerd in het visserijregister, of
het vissersvaartuig dat behoort tot segment 4J1, 4J2, 4J3 , 4J4 of 4J5 niet beschikt over een geldige licentie.
9. In afwijking van het tweede lid, onderdeel f, wordt de in dat lid bedoelde opgaaf ten aanzien van een vissersvaartuig dat behoort tot segment 4J2 ingediend vóór 1 juni 2003.