BWBR0003737
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 9
Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985
1. De Minister erkent een slachthuis slechts, indien:
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: 1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld indien het onderzoek op trichinen in het slachthuis plaatsvindt: een ruimte met een aanrecht, spoelbakken, een werktafel, een zuurkast, een kast, stoelen en elektrische aansluitingen;
1. de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: 1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld indien het onderzoek op trichinen in het slachthuis plaatsvindt: een ruimte met een aanrecht, spoelbakken, een werktafel, een zuurkast, een kast, stoelen en elektrische aansluitingen;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
2. De Minister erkent een uitsnijderij slechts, indien:
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
3. De Minister erkent een koel- of vrieshuis slechts, indien:
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat daar waar: gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat daar waar: gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
4. De Minister erkent een werkplaats, ongeacht of het zelfstandige produktie-eenheid betreft, slechts, indien:
a. voor zover het betreft de produktie van gehakt of vlees in stukken van minder dan 100 gram, voldaan is aan de voorwaarden van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 88/657/EEG;
b. voor zover het betreft de produktie van vleesbereidingen, is voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk I van bijlage A van richtlijn 77/99/EEG;
c. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 88/657/EEG onderscheidenlijk de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage A van richtlijn 77/99/EEG, worden nageleefd.
5. De Minister erkent een herverpakkingscentrum slechts, indien
a. is voldaan aan de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, en
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
6. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden wordt een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum slechts erkend indien:
a. vervallen;
b. de exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger een opleidingsprogramma voor het personeel opzet, overeenkomstig artikel 10, derde lid, van richtlijn 64/433/EEG;
c. in de werk- en opslagruimten op een voor ieder goed zichtbare plaats een goed leesbare instructie aanwezig is, waarin is aangegeven welke hygiënische eisen bij de werkzaamheden in acht moeten worden genomen;
d. de officiële dierenarts en zijn assistenten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 en 10, vierde lid, van richtlijn 64/433/EEG, te allen tijde vrije toegang hebben tot alle delen van de desbetreffende inrichting, ten einde erop toe te zien dat het bepaalde in deze regeling wordt nageleefd, en, in geval van twijfel over de herkomst van het vlees of van de geslachte dieren, tot de boekhoudkundige documenten aan de hand waarvan zij het bedrijf van oorsprong van het geslachte dier kunnen opsporen.
7. Een inrichting die is erkend op grond van het eerste of tweede lid, of op grond van <a href="/wet/BWBR0006727/artikel/4.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.16 van de Regeling keuring en handel dierlijke produkten</a>kan tevens worden erkend voor het slachten van gekweekt wild onderscheidenlijk voor het uitsnijden van het vlees daarvan, mits wordt voldaan aan artikel 14, eerste lid, van richtlijn 91/495/EEG.
8. De erkende slachthuizen, uitsnijderijen, koel- en vrieshuizen en werkplaatsen ontvangen een veterinair toelatingsnummer, hetwelk wordt opgenomen in het in artikel 12, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 12a, derde lid, onderdelen h en i, bedoelde merk.
9. Indien de officiële dierenarts constateert dat de hygiënische voorschriften niet worden nageleefd of een belemmering van de adequate keuring constateert, kan hij de maatregelen nemen, bedoeld in hoofdstuk VIII, punt 41F, van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
10. De Minister schort de erkenning van een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum met onmiddellijke ingang tijdelijk op, indien de maatregelen, bedoeld in het negende lid, onvoldoende zijn gebleken om de tekortkomingen te verhelpen of indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
11. De Minister trekt de erkenning van een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum in, indien:
a. het slachthuis, de uitsnijderij, het koel- of vrieshuis, de werkplaats of het herverpakkingscentrum niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, terwijl de exploitant in de gelegenheid is gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het tiende lid, blijkt dat het slachthuis, de uitsnijderij, het koel- of vrieshuis, de werkplaats of het herverpakkingscentrum nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: 1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld indien het onderzoek op trichinen in het slachthuis plaatsvindt: een ruimte met een aanrecht, spoelbakken, een werktafel, een zuurkast, een kast, stoelen en elektrische aansluitingen;
1. de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: 1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
1 afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon;
1 kleedruimt met was- en douchegelegenheid en toilet;
en indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, 1 verblijfruimte ingericht met stoelen, tafels, comfoor en aanrecht, en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld indien het onderzoek op trichinen in het slachthuis plaatsvindt: een ruimte met een aanrecht, spoelbakken, een werktafel, een zuurkast, een kast, stoelen en elektrische aansluitingen;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
2. De Minister erkent een uitsnijderij slechts, indien:
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking dienen te worden gesteld: indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
indien gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
3. De Minister erkent een koel- of vrieshuis slechts, indien:
a. is voldaan aan 1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat daar waar: gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
1. de algemene voorwaarden voor erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG met dien verstande, dat daar waar: gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
gewoonlijk 2 uur of meer per dag toezicht wordt uitgeoefend, 1 afsluitbare ruimte die tevens als een kleedruimte dient, een afsluitbare kast, een tafel, stoelen en een telefoon;
gewoonlijk minder dan 2 uur per dag toezicht wordt uitgeoefend 1 afsluitbare kast en een telefoon; en
2. de bijzondere voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG;
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
4. De Minister erkent een werkplaats, ongeacht of het zelfstandige produktie-eenheid betreft, slechts, indien:
a. voor zover het betreft de produktie van gehakt of vlees in stukken van minder dan 100 gram, voldaan is aan de voorwaarden van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 88/657/EEG;
b. voor zover het betreft de produktie van vleesbereidingen, is voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk I van bijlage A van richtlijn 77/99/EEG;
c. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 88/657/EEG onderscheidenlijk de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage A van richtlijn 77/99/EEG, worden nageleefd.
5. De Minister erkent een herverpakkingscentrum slechts, indien
a. is voldaan aan de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen van hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, en
b. is gewaarborgd dat overigens de voorschriften van bijlage I, voor zover van toepassing, worden nageleefd.
6. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden wordt een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum slechts erkend indien:
a. vervallen;
b. de exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger een opleidingsprogramma voor het personeel opzet, overeenkomstig artikel 10, derde lid, van richtlijn 64/433/EEG;
c. in de werk- en opslagruimten op een voor ieder goed zichtbare plaats een goed leesbare instructie aanwezig is, waarin is aangegeven welke hygiënische eisen bij de werkzaamheden in acht moeten worden genomen;
d. de officiële dierenarts en zijn assistenten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 en 10, vierde lid, van richtlijn 64/433/EEG, te allen tijde vrije toegang hebben tot alle delen van de desbetreffende inrichting, ten einde erop toe te zien dat het bepaalde in deze regeling wordt nageleefd, en, in geval van twijfel over de herkomst van het vlees of van de geslachte dieren, tot de boekhoudkundige documenten aan de hand waarvan zij het bedrijf van oorsprong van het geslachte dier kunnen opsporen.
7. Een inrichting die is erkend op grond van het eerste of tweede lid, of op grond van <a href="/wet/BWBR0006727/artikel/4.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.16 van de Regeling keuring en handel dierlijke produkten</a>kan tevens worden erkend voor het slachten van gekweekt wild onderscheidenlijk voor het uitsnijden van het vlees daarvan, mits wordt voldaan aan artikel 14, eerste lid, van richtlijn 91/495/EEG.
8. De erkende slachthuizen, uitsnijderijen, koel- en vrieshuizen en werkplaatsen ontvangen een veterinair toelatingsnummer, hetwelk wordt opgenomen in het in artikel 12, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 12a, derde lid, onderdelen h en i, bedoelde merk.
9. Indien de officiële dierenarts constateert dat de hygiënische voorschriften niet worden nageleefd of een belemmering van de adequate keuring constateert, kan hij de maatregelen nemen, bedoeld in hoofdstuk VIII, punt 41F, van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
10. De Minister schort de erkenning van een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum met onmiddellijke ingang tijdelijk op, indien de maatregelen, bedoeld in het negende lid, onvoldoende zijn gebleken om de tekortkomingen te verhelpen of indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
11. De Minister trekt de erkenning van een slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis, werkplaats of herverpakkingscentrum in, indien:
a. het slachthuis, de uitsnijderij, het koel- of vrieshuis, de werkplaats of het herverpakkingscentrum niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG, terwijl de exploitant in de gelegenheid is gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het tiende lid, blijkt dat het slachthuis, de uitsnijderij, het koel- of vrieshuis, de werkplaats of het herverpakkingscentrum nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de hoofdstukken II tot en met VI van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.