BWBR0003737
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 10
Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985
1. Hij, die voornemens is vee voor uitvoer te slachten of voor uitvoer bestemd vlees uit te snijden, dient de VWA de werkdag tevoren tussen 8.15 uur en 17.00 uur te waarschuwen en de door de ambtenaar verlangde medewerking te verlenen of te doen verlenen. Met slachten, onderscheidenlijk uitsnijden, mag niet worden begonnen voordat de ambtenaar aanwezig is.
2. De keuring, bedoeld in het eerste lid, geschiedt van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van officieel erkende feestdagen en Goede Vrijdag, tussen 6 en 18 uur. De ambtenaar is in bijzondere gevallen bevoegd van het vorenstaande af te wijken.
3. Hij, die voornemens is runderen voor uitvoer te slachten, controleert voordat de keuring, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt, overeenkomstig een door de minister goedgekeurd protocol, of de runderen overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd, hetgeen voor uit Nederland afkomstige runderen betekent dat zij overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dierenbepaalde geïdentificeerd zijn met twee bij het rund behorende identieke oormerken en dat van de runderen de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, van richtlijn 64/432/EEG, volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld.
4. Indien de ambtenaar redenen heeft om aan te nemen dat de in het derde lid bedoelde controle niet, niet volledig of niet overeenkomstig het protocol wordt uitgevoerd, kan hij de maatregelen nemen, bedoeld in hoofdstuk VIII, punt 41F, van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
5. Indien bij de in het derde lid bedoelde controle blijkt dat runderen niet overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd, wordt hiervan terstond melding gedaan aan de ambtenaar. Betrokken runderen worden ten genoegen van de ambtenaar afgezonderd gehouden van de overige runderen in het slachthuis. Ten aanzien van deze runderen kan op kosten van de aanbieder een onderzoek plaatsvinden als bedoeld in artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, onderdeel a en b, 6, eerste lid en 14b, eerste lid van het Onderzoekingsregulatief 1994.
6. Runderen waarvan het vlees bestemd is te worden uitgevoerd, worden voor de slachting slechts toegelaten indien bij de in het derde lid bedoelde controle is gebleken dat de runderen overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd.
7. In zoverre in afwijking van het zesde lid, kunnen de in het vijfde lid bedoelde runderen voor de slachting worden toegelaten indien:
a. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één oormerk, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit oormerk bij het rund behoort en dat van deze runderen de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, van richtlijn 64/432/EEG, juist en volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld;
b. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, derde en vierde gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren en nadat deze gegevens alsnog op kosten van de aanbieder in het I&R-systeem rund zijn vermeld;
c. voorzover het na 1 januari 1998 geboren runderen betreft die zijn geidentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, vijfde gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren en ten aanzien van deze runderen een onderzoek als bedoeld in artikel 14b van het Onderzoekingsregulatief 1994 heeft plaatsgevonden;
d. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, zevende gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren, tenzij deze gebreken dusdanig van aard zijn dat de ambtenaar niet in staat is de herkomst van het rund vast te stellen in welk geval een onderzoek plaatsvindt als bedoeld in artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, onderdeel a en b, 6, eerste lid en 14b, eerste lid van het Onderzoekingsregulatief 1994.
8. Onverminderd het zesde en zevende lid worden kalveren waarvan het vlees bestemd is te worden uitgevoerd, voor slachting slechts toegelaten, indien bij de aanbieding ter slachting voor iedere groep van kalveren die van één mestbedrijf is aangevoerd een verklaring wordt overgelegd met betrekking tot het aantal dieren dat van die groep deel uitmaakt, onder vermelding van de naam en het adres van het bedrijf van herkomst, alsmede een lijst van nummers van de merken van alle dieren die van die groep deel uitmaken.
2. De keuring, bedoeld in het eerste lid, geschiedt van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van officieel erkende feestdagen en Goede Vrijdag, tussen 6 en 18 uur. De ambtenaar is in bijzondere gevallen bevoegd van het vorenstaande af te wijken.
3. Hij, die voornemens is runderen voor uitvoer te slachten, controleert voordat de keuring, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt, overeenkomstig een door de minister goedgekeurd protocol, of de runderen overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd, hetgeen voor uit Nederland afkomstige runderen betekent dat zij overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dierenbepaalde geïdentificeerd zijn met twee bij het rund behorende identieke oormerken en dat van de runderen de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, van richtlijn 64/432/EEG, volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld.
4. Indien de ambtenaar redenen heeft om aan te nemen dat de in het derde lid bedoelde controle niet, niet volledig of niet overeenkomstig het protocol wordt uitgevoerd, kan hij de maatregelen nemen, bedoeld in hoofdstuk VIII, punt 41F, van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG.
5. Indien bij de in het derde lid bedoelde controle blijkt dat runderen niet overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd, wordt hiervan terstond melding gedaan aan de ambtenaar. Betrokken runderen worden ten genoegen van de ambtenaar afgezonderd gehouden van de overige runderen in het slachthuis. Ten aanzien van deze runderen kan op kosten van de aanbieder een onderzoek plaatsvinden als bedoeld in artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, onderdeel a en b, 6, eerste lid en 14b, eerste lid van het Onderzoekingsregulatief 1994.
6. Runderen waarvan het vlees bestemd is te worden uitgevoerd, worden voor de slachting slechts toegelaten indien bij de in het derde lid bedoelde controle is gebleken dat de runderen overeenkomstig verordening 1760/2000zijn geïdentificeerd en geregistreerd.
7. In zoverre in afwijking van het zesde lid, kunnen de in het vijfde lid bedoelde runderen voor de slachting worden toegelaten indien:
a. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één oormerk, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit oormerk bij het rund behoort en dat van deze runderen de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, van richtlijn 64/432/EEG, juist en volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld;
b. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, derde en vierde gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren en nadat deze gegevens alsnog op kosten van de aanbieder in het I&R-systeem rund zijn vermeld;
c. voorzover het na 1 januari 1998 geboren runderen betreft die zijn geidentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, vijfde gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren en ten aanzien van deze runderen een onderzoek als bedoeld in artikel 14b van het Onderzoekingsregulatief 1994 heeft plaatsgevonden;
d. voorzover het runderen betreft die zijn geïdentificeerd met één of twee oormerken en waarvan uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, onderdeel 1, zevende gedachtestreepje van richtlijn 64/432/EEG, niet juist of niet volledig in het I&R-systeem rund zijn vermeld, bij de in het eerste lid bedoelde keuring is gebleken dat dit onderscheidenlijk deze oormerken bij het rund behoren, tenzij deze gebreken dusdanig van aard zijn dat de ambtenaar niet in staat is de herkomst van het rund vast te stellen in welk geval een onderzoek plaatsvindt als bedoeld in artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, onderdeel a en b, 6, eerste lid en 14b, eerste lid van het Onderzoekingsregulatief 1994.
8. Onverminderd het zesde en zevende lid worden kalveren waarvan het vlees bestemd is te worden uitgevoerd, voor slachting slechts toegelaten, indien bij de aanbieding ter slachting voor iedere groep van kalveren die van één mestbedrijf is aangevoerd een verklaring wordt overgelegd met betrekking tot het aantal dieren dat van die groep deel uitmaakt, onder vermelding van de naam en het adres van het bedrijf van herkomst, alsmede een lijst van nummers van de merken van alle dieren die van die groep deel uitmaken.