BWBR0003709
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 9
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
1. Een leefmilieuverordening strekt tot wering van dreigende en tot stuiting van reeds ingetreden achteruitgang van de woon- en werkomstandigheden in en het uiterlijk aanzien van het bij die verordening aangewezen gebied of de daarbij aangewezen gebieden.
2. Voor een aanwijzing, als in het eerste lid bedoeld, komen slechts in aanmerking gebieden, welke in hoofdzaak worden gebezigd voor bewoning, het midden- en kleinbedrijf of kantoren of voor een samenstel van twee of meer van deze doeleinden.
3. Bij een leefmilieuverordening kunnen uitsluitend ter verwezenlijking van het in het eerste lid vermelde doel voorschriften worden gegeven zowel ten aanzien van op te richten of door verbouwing tot stand te brengen bouwwerken en de toelaatbaarheid van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als ten aanzien van het gebruik van gronden en opstallen.
4. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.
2. Voor een aanwijzing, als in het eerste lid bedoeld, komen slechts in aanmerking gebieden, welke in hoofdzaak worden gebezigd voor bewoning, het midden- en kleinbedrijf of kantoren of voor een samenstel van twee of meer van deze doeleinden.
3. Bij een leefmilieuverordening kunnen uitsluitend ter verwezenlijking van het in het eerste lid vermelde doel voorschriften worden gegeven zowel ten aanzien van op te richten of door verbouwing tot stand te brengen bouwwerken en de toelaatbaarheid van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als ten aanzien van het gebruik van gronden en opstallen.
4. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.