BWBR0003709
Geldig vanaf 1985-01-01
Artikel 3
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
1. Onze Minister verricht het nodige ter voorbereiding van de bepaling van het regeringsbeleid inzake de stadsvernieuwing. Hij draagt ervoor zorg dat het beleid van Onze onderscheidene Ministers op het gebied van de stadsvernieuwing een samenhangend geheel vormt.
2. Ter uitvoering van het eerste lid doet Onze Minister jaarlijks ter gelegenheid van de aanbieding van de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toekomen:
a. een overzicht van de op stadsvernieuwing betrekking hebbende posten in de onderscheidene hoofdstukken van de Rijksbegroting, vergezeld door een overzicht van de aard en omvang van de behoefte aan stadsvernieuwing en van de ter bevordering van voorziening in deze behoefte van rijkswege te nemen maatregelen;
b. een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgesteld programma van in de komende vijf jaren door de Regering te ontplooien activiteiten ten behoeve van de stadsvernieuwing en van van rijkswege voor de stadsvernieuwing ten laste van de onderscheidene hoofdstukken van de rijksbegroting ter beschikking te stellen bijdragen, vergezeld door een verslag van het door de regering gevoerde beleid en van de voortgang van de stadsvernieuwing;
c. een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgestelde raming van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het onder b bedoelde programma.
2. Ter uitvoering van het eerste lid doet Onze Minister jaarlijks ter gelegenheid van de aanbieding van de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toekomen:
a. een overzicht van de op stadsvernieuwing betrekking hebbende posten in de onderscheidene hoofdstukken van de Rijksbegroting, vergezeld door een overzicht van de aard en omvang van de behoefte aan stadsvernieuwing en van de ter bevordering van voorziening in deze behoefte van rijkswege te nemen maatregelen;
b. een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgesteld programma van in de komende vijf jaren door de Regering te ontplooien activiteiten ten behoeve van de stadsvernieuwing en van van rijkswege voor de stadsvernieuwing ten laste van de onderscheidene hoofdstukken van de rijksbegroting ter beschikking te stellen bijdragen, vergezeld door een verslag van het door de regering gevoerde beleid en van de voortgang van de stadsvernieuwing;
c. een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgestelde raming van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het onder b bedoelde programma.