BWBR0003684
Geldig vanaf 1984-07-01
Artikel 4
Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen
1. De krachtens artikel 3, eerste lid, gegeven voorschriften zijn niet van toepassing op het houden van legkippen in op 1 juli 1994 in gebruik zijnde kooien, voor zolang ten genoegen van Onze Minister wordt aangetoond dat die kooien nog geen 10 jaar oud zijn en voor zover:
a. de kooi-oppervlakte per legkip tenminste een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen omvang heeft;
b. de kooi voldoet aan andere eisen welke bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden vastgesteld.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde omvang wordt zodanig vastgesteld dat degenen die legkippen houden met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde overgangsbepaling geen gunstiger concurrentievoorwaarden genieten dan degenen die legkippen houden met inachtneming van de krachtens artikel 3, eerste lid, gegeven voorschriften.
3. Onze Minister stelt bij in de Staatscourantbekend te maken beschikking regelen omtrent de wijze waarop dient te worden aangetoond dat een kooi nog geen 10 jaar oud is.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 en in het eerste lid van het onderhavige artikel, zijn de aldaar gegeven voorschriften slechts van toepassing tot de inwerkingtreding van stringentere voorschriften dienaangaande gegeven bij of krachtens enige andere wet.
a. de kooi-oppervlakte per legkip tenminste een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen omvang heeft;
b. de kooi voldoet aan andere eisen welke bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden vastgesteld.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde omvang wordt zodanig vastgesteld dat degenen die legkippen houden met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde overgangsbepaling geen gunstiger concurrentievoorwaarden genieten dan degenen die legkippen houden met inachtneming van de krachtens artikel 3, eerste lid, gegeven voorschriften.
3. Onze Minister stelt bij in de Staatscourantbekend te maken beschikking regelen omtrent de wijze waarop dient te worden aangetoond dat een kooi nog geen 10 jaar oud is.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 en in het eerste lid van het onderhavige artikel, zijn de aldaar gegeven voorschriften slechts van toepassing tot de inwerkingtreding van stringentere voorschriften dienaangaande gegeven bij of krachtens enige andere wet.