BWBR0003684
Geldig vanaf 1984-07-01
Artikel 1
Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;
b. legkip: de legrijpe hen van de soort Gallus Gallus die gehouden wordt ten behoeve van de produktie van consumptie-eieren;
c. kooi: ruimte bestemd voor het houden van een of meer legkippen;
d. kooi-oppervlakte: de oppervlakte van het door de wanden van de kooi of het denkbeeldig verlengde ervan begrensde horizontale vlak dat het vloer- of grondvlak in de kooi op het hoogste punt raakt;
e. voederbaklengte: de lengte van de voor een legkip in of vanuit de kooi toegankelijke zijde of zijden van de voederbak.
a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;
b. legkip: de legrijpe hen van de soort Gallus Gallus die gehouden wordt ten behoeve van de produktie van consumptie-eieren;
c. kooi: ruimte bestemd voor het houden van een of meer legkippen;
d. kooi-oppervlakte: de oppervlakte van het door de wanden van de kooi of het denkbeeldig verlengde ervan begrensde horizontale vlak dat het vloer- of grondvlak in de kooi op het hoogste punt raakt;
e. voederbaklengte: de lengte van de voor een legkip in of vanuit de kooi toegankelijke zijde of zijden van de voederbak.