BWBR0003684
Geldig vanaf 1984-07-01
Artikel 2
Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen
1. Met ingang van 1 januari 1985 tot 1 juli 1994 is het houden van één of meer legkippen in een kooi slechts toegestaan indien:
a. de kooi-oppervlakte tenminste 425 cm2 per legkip bedraagt;
b. de voederbaklengte, in geval de kooi minder dan 100 cm diep is, tenminste 9,6 cm per legkip bedraagt.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder a,mag de kooi-oppervlakte 400 cm2 per legkip bedragen, indien de voederbaklengte tenminste 10 cm per legkip bedraagt.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder aen b, mag de kooi-oppervlakte 400 cm2 per legkip bedragen, indien het betreft kooien die op 1 januari 1985 in gebruik zijn en voor zolang ten genoegen van Onze Minister wordt aangetoond dat die kooien nog geen 10 jaar oud zijn.
4. Onze Minister stelt bij in de Nederlandse Staatscourantbekend te maken beschikking regelen omtrent de wijze waarop dient te worden aangetoond dat een kooi nog geen 10 jaar oud is.
a. de kooi-oppervlakte tenminste 425 cm2 per legkip bedraagt;
b. de voederbaklengte, in geval de kooi minder dan 100 cm diep is, tenminste 9,6 cm per legkip bedraagt.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder a,mag de kooi-oppervlakte 400 cm2 per legkip bedragen, indien de voederbaklengte tenminste 10 cm per legkip bedraagt.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder aen b, mag de kooi-oppervlakte 400 cm2 per legkip bedragen, indien het betreft kooien die op 1 januari 1985 in gebruik zijn en voor zolang ten genoegen van Onze Minister wordt aangetoond dat die kooien nog geen 10 jaar oud zijn.
4. Onze Minister stelt bij in de Nederlandse Staatscourantbekend te maken beschikking regelen omtrent de wijze waarop dient te worden aangetoond dat een kooi nog geen 10 jaar oud is.