BWBR0003664
Geldig vanaf 1981-07-01
Artikel 40
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
1. De uitkering, de toeslag, de vergoeding en tegemoetkoming gaan in:
a. op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag daartoe is ingediend, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
b. voor de weduwe, weduwnaar of minderjarige volle wees, die aansluitend aan het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer, dat een uitkering ingevolge deze wet genoot, aanspraak op een uitkering maakt, op de eerste dag van de derde maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden.
2. De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan bij beschikking van het bepaalde in het eerste lid in het voordeel van de betrokkene afwijken, indien hij, rekening houdende met alle omstandigheden, een dergelijke afwijking in een individueel geval noodzakelijk acht. Onze Minister stelt te dien aanzien nadere regelen.
a. op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag daartoe is ingediend, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
b. voor de weduwe, weduwnaar of minderjarige volle wees, die aansluitend aan het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer, dat een uitkering ingevolge deze wet genoot, aanspraak op een uitkering maakt, op de eerste dag van de derde maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden.
2. De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan bij beschikking van het bepaalde in het eerste lid in het voordeel van de betrokkene afwijken, indien hij, rekening houdende met alle omstandigheden, een dergelijke afwijking in een individueel geval noodzakelijk acht. Onze Minister stelt te dien aanzien nadere regelen.