BWBR0003664
Geldig vanaf 1981-07-01
Artikel 4
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Behoudens in nader bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen kunnen aan deze wet geen aanspraken worden ontleend door:
a. degene, die op grond van oorlogsgeweld als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanspraken ontleent aan de voor militairen geldende voorzieningen;
b. degene, die op grond van zijn invaliditeit aanspraken ontleent aan de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet of de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945;
c. de weduwe, weduwnaar en minderjarige volle wees van de onder a en b bedoelde personen, indien en voor zover zij als nabestaanden aanspraken ontlenen aan de voorzieningen, bedoeld onder a en de wetten, genoemd onder b.
a. degene, die op grond van oorlogsgeweld als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanspraken ontleent aan de voor militairen geldende voorzieningen;
b. degene, die op grond van zijn invaliditeit aanspraken ontleent aan de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet of de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945;
c. de weduwe, weduwnaar en minderjarige volle wees van de onder a en b bedoelde personen, indien en voor zover zij als nabestaanden aanspraken ontlenen aan de voorzieningen, bedoeld onder a en de wetten, genoemd onder b.