BWBR0003660
Geldig vanaf 1984-03-06
Artikel 9
Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt de bijzondere restitutie voor technische delen slechts verleend indien:
a. met betrekking tot het uitbenen van de achtervoeten, waarvoor de in artikel 17, eerste lid, bedoelde verklaring is ingediend en het verpakken van de door uitbening verkregen delen één attest ‘uitgebeend vlees’ is afgegeven door de Minister;
b. bij de vervalling van de douaneformaliteiten voor uitvoer één enkel attest ‘uitgebeend vlees’, dat betrekking heeft op de totale hoeveelheid uitgebeend vlees, is overgelegd;
c. het vervullen van de douaneformaliteiten voor uitvoer voor de totale hoeveelheid vlees, waarop het attest ‘uitgebeend vlees’ betrekking heeft, op hetzelfde tijdstip bij hetzelfde douanekantoor en binnen de in artikel 23 vermelde termijn heeft plaatsgevonden;
d. de betrokken produkten niet onder de in artikel 38 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 bedoelde regeling zijn geplaatst.
2. Onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3665/87en behoudens overmacht, wordt de in het eerste lid bedoelde restitutie uitsluitend verleend indien de totale hoeveelheid door uitbening van de in het tweede lid onder a, bedoelde achtervoeten verkregen rundvlees is uitgevoerd. Beenderen, pezen, kraakbeen, stukken vet en andere afvallen van de opmaak, die bij het uitbenen zijn verkregen, mogen echter in de Gemeenschap worden verhandeld. Bij uitvoer uit de Gemeenschap komen deze produkten niet in aanmerking voor een restitutie.
3. Ingeval het in het tweede lid bedoelde bewijs niet wordt geleverd kan door het produktschap, indien en voor zover aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan, de normale restitutie voor rundvlees in delen, zonder been, worden verleend.
a. met betrekking tot het uitbenen van de achtervoeten, waarvoor de in artikel 17, eerste lid, bedoelde verklaring is ingediend en het verpakken van de door uitbening verkregen delen één attest ‘uitgebeend vlees’ is afgegeven door de Minister;
b. bij de vervalling van de douaneformaliteiten voor uitvoer één enkel attest ‘uitgebeend vlees’, dat betrekking heeft op de totale hoeveelheid uitgebeend vlees, is overgelegd;
c. het vervullen van de douaneformaliteiten voor uitvoer voor de totale hoeveelheid vlees, waarop het attest ‘uitgebeend vlees’ betrekking heeft, op hetzelfde tijdstip bij hetzelfde douanekantoor en binnen de in artikel 23 vermelde termijn heeft plaatsgevonden;
d. de betrokken produkten niet onder de in artikel 38 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 bedoelde regeling zijn geplaatst.
2. Onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3665/87en behoudens overmacht, wordt de in het eerste lid bedoelde restitutie uitsluitend verleend indien de totale hoeveelheid door uitbening van de in het tweede lid onder a, bedoelde achtervoeten verkregen rundvlees is uitgevoerd. Beenderen, pezen, kraakbeen, stukken vet en andere afvallen van de opmaak, die bij het uitbenen zijn verkregen, mogen echter in de Gemeenschap worden verhandeld. Bij uitvoer uit de Gemeenschap komen deze produkten niet in aanmerking voor een restitutie.
3. Ingeval het in het tweede lid bedoelde bewijs niet wordt geleverd kan door het produktschap, indien en voor zover aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan, de normale restitutie voor rundvlees in delen, zonder been, worden verleend.