BWBR0003660
Geldig vanaf 1984-03-06
Artikel 2
Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984
1. Overeenkomstig de bepalingen van verordening 32/82en 1964/82 en van deze beschikking kan door het produktschap een bijzondere restitutie worden verleend ter zake van uitvoer van de volgende produkten:
a. vlees;
b. technische delen.
2. Onverminderd de overige voor de onderscheiden produkten geldende voorwaarden voor de toekenning van de restitutie worden de in het eerste lid bedoelde bijzondere restituties slechts verleend indien:
a. het bewijs is geleverd, dat het vlees, onderscheidenlijk de achtervoeten waaruit de technische delen zijn verkregen, afkomstig zijn van volwassen mannelijke runderen, die in Nederland zijn geslacht;
b. de douaneformaliteiten voor uitvoer in Nederland zijn vervuld.
Het onder a, bedoelde bewijs wordt geleverd door overlegging van een door de Minister afgegeven identificatie-attest.
3. Het produktschap neemt bij de berekening van de restitutie overeenkomstig het bepaalde in de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1981, 50) mede in acht de bevindingen of vaststellingen van het VIB zoals neergelegd in het identificatieattest, onderscheidenlijk het attest ‘uitgebeend vlees’.
4. Indien belanghebbende met toepassing van artikel 86 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 verzoekt om vooruitbetaling van de bijzondere restituties zijn in afwijking van het bepaalde in artikel 28, vierde lid, onder b, c en d, van Verordening (EEG) nr. 3665/87, de aldaar bedoelde behandelingen niet toegestaan.
a. vlees;
b. technische delen.
2. Onverminderd de overige voor de onderscheiden produkten geldende voorwaarden voor de toekenning van de restitutie worden de in het eerste lid bedoelde bijzondere restituties slechts verleend indien:
a. het bewijs is geleverd, dat het vlees, onderscheidenlijk de achtervoeten waaruit de technische delen zijn verkregen, afkomstig zijn van volwassen mannelijke runderen, die in Nederland zijn geslacht;
b. de douaneformaliteiten voor uitvoer in Nederland zijn vervuld.
Het onder a, bedoelde bewijs wordt geleverd door overlegging van een door de Minister afgegeven identificatie-attest.
3. Het produktschap neemt bij de berekening van de restitutie overeenkomstig het bepaalde in de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1981, 50) mede in acht de bevindingen of vaststellingen van het VIB zoals neergelegd in het identificatieattest, onderscheidenlijk het attest ‘uitgebeend vlees’.
4. Indien belanghebbende met toepassing van artikel 86 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 verzoekt om vooruitbetaling van de bijzondere restituties zijn in afwijking van het bepaalde in artikel 28, vierde lid, onder b, c en d, van Verordening (EEG) nr. 3665/87, de aldaar bedoelde behandelingen niet toegestaan.