BWBR0003660
Geldig vanaf 1984-03-06
Artikel 17
Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984
1. Het attest ‘uitgebeend vlees’ wordt in 4-voud uiterlijk op het moment van de verzegeling van het vervoermiddel, opgemaakt door de ambtenaar van Dienst Regelingen die de verzegeling heeft verricht. Er wordt één enkel attest opgemaakt voor de totale hoeveelheid vlees waarop de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring betrekking heeft.
2. De ambtenaar van Dienst Regelingen die het attest ‘uitgebeend vlees’ heeft opgemaakt vermeldt op dat attest:
a. het nummer, onderscheidenlijk de nummers van het in artikel 12, eerste lid, bedoelde identificatie-attest;
b. het overeenkomstig artikel 6, tweede lid, vastgestelde gewicht;
3. Op het identificatie-attest, onderscheidenlijk de identificatie-attesten, vermeldt de ambtenaar van Dienst Regelingen het nummer van het attest ‘uitgebeend vlees’. Het origineel van het (de) identificatie-attest(en) zendt de ambtenaar van Dienst Regelingen toe aan het produktschap.
4. Het origineel van het attest ‘uitgebeend vlees’ vergezelt de partij en dient door of namens belanghebbende bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden overgelegd.
5. De nummers van zowel het (de) identificatie-attest(en) als van het attest ‘uitgebeend vlees’ dienen op het formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 50) onderscheidenlijk op de in artikel 95, onder d, van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 bedoelde staat, te worden vermeld.
2. De ambtenaar van Dienst Regelingen die het attest ‘uitgebeend vlees’ heeft opgemaakt vermeldt op dat attest:
a. het nummer, onderscheidenlijk de nummers van het in artikel 12, eerste lid, bedoelde identificatie-attest;
b. het overeenkomstig artikel 6, tweede lid, vastgestelde gewicht;
3. Op het identificatie-attest, onderscheidenlijk de identificatie-attesten, vermeldt de ambtenaar van Dienst Regelingen het nummer van het attest ‘uitgebeend vlees’. Het origineel van het (de) identificatie-attest(en) zendt de ambtenaar van Dienst Regelingen toe aan het produktschap.
4. Het origineel van het attest ‘uitgebeend vlees’ vergezelt de partij en dient door of namens belanghebbende bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer te worden overgelegd.
5. De nummers van zowel het (de) identificatie-attest(en) als van het attest ‘uitgebeend vlees’ dienen op het formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 50) onderscheidenlijk op de in artikel 95, onder d, van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 bedoelde staat, te worden vermeld.